Skip to content Skip to footer

Veelgestelde vragen naar aanleiding van het ontslag van de directeur-bestuurder van het Nederlands Fotomuseum

29 augustus 2025 

De afgelopen tijd zijn er aan het museum vragen gesteld over het ontslag van directeur-bestuurder Birgit Donker. Wij begrijpen de behoefte aan informatie. Daarom geeft de Raad van Toezicht (RvT) van het museum hieronder antwoord op een aantal veelgestelde vragen. 

Waarom is de directeur-bestuurder ontslagen? 

In juni 2025 ontving de RvT directe en zorgwekkende signalen uit de organisatie die onder andere betrekking hadden op vermeende beïnvloeding van objectieve bronnen en informatie. Deze signalen waren aanleiding voor onmiddellijke actie in de vorm van een intern onderzoek. Gedurende het onderzoek is de directeurbestuurder op 19 juni jl. op nonactief gesteld.  

In dit traject zijn feiten naar boven gekomen die reden hebben gegeven tot ontslag. Zo blijkt dat de directeur-bestuurder herhaaldelijk informatie heeft achtergehouden, onjuist gepresenteerd of gepoogd te beïnvloeden, waarbij in meerdere situaties druk op medewerkers is uitgeoefend. Het betreft informatie die essentieel is voor de toezichthoudende taak van de RvT, zoals over het welzijn van medewerkers en de organisatiecultuur. Het handelen van de directeur-bestuurder heeft voor een onherstelbare vertrouwensbreuk gezorgd. De Raad van Toezicht (RvT) van het museum heeft op 18 juli 2025 besloten haar definitief uit haar functie te ontheffen. 

Welke soort informatie werd achtergehouden of onjuist gepresenteerd? 

De signalen hadden onder andere betrekking op vermeende beïnvloeding van objectieve bronnen en informatie die de RvT nodig heeft om zijn toezichthoudende taak uit te voeren. Denk aan informatie over onder andere naleving van goede governance, de sociale veiligheid en het mentale welzijn binnen de organisatie. 

Waarom is er voor een intern onderzoek gekozen (en niet meteen extern)?   

Vanwege de aard van de meldingen is voor een intern onderzoek gekozen. Het ging namelijk om specifieke signalen die konden worden geverifieerd of verworpen door feitelijke informatie uit de organisatie te verzamelen. Een andere reden voor een intern onderzoek was dat dit binnen kortere tijd kon worden uitgevoerd, waardoor de gevolgen voor de directeur-bestuurder en overige betrokkenen zoveel mogelijk beperkt konden blijven. 

Hoe zag het onderzoeksproces eruit? 

Het onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd, op basis van verifieerbare en feitelijke informatie. Medewerkers zijn benaderd om relevante gegevens te verstrekken die de RvT nodig had voor het onderzoek en waarover de raad alleen met behulp van medewerkers kon beschikken. Medewerkers hebben geen uitvoerende rol in of invloed op de uitkomsten van het onderzoek gehad.  

Is de directeur-bestuurder gehoord? Heeft zij het recht op wederhoor mogen uitoefenen? 

De directeur-bestuurder heeft op meerdere momenten uitgebreid de gelegenheid gekregen om haar zienswijze te delen, informatie aan te dragen en te reageren op bevindingen – zowel mondeling als schriftelijk. Zij heeft hiermee haar recht op wederhoor uitgeoefend. De RvT heeft deze input zorgvuldig meegewogen. Echter zijn als gevolg van het onderzoek feiten naar boven gekomen die reden hebben gegeven tot ontslag.  

Welke afwegingen maakte de RvT bij de communicatie tijdens en na het onderzoek? 

De RvT heeft zich laten leiden door de ernst van de meldingen die hij in juni 2025 ontving en de wens om zorgvuldig te handelen en conclusies te trekken op basis van feitelijke informatie. Tijdens en na het onderzoek heeft de RvT daarom ook bewust terughoudend gecommuniceerd. Dit onder andere om gemaakte afspraken rondom vertrouwelijkheid na te komen en als goed werkgever op te treden naar alle betrokkenen.  

Komt er nog een (vervolg)onderzoek? 

Er komt nog een extern onderzoek. Tijdens het eigen interne onderzoek en na het ontslag van de directeur-bestuurder heeft de RvT meerdere signalen ontvangen die te maken hebben met de sociale veiligheid en cultuur binnen het museum. Zo hebben verschillende personen aangegeven dat zij door haar onder druk zijn gezet. Deze signalen verdienen nader onderzoek. Een externe deskundige partij start daarom binnenkort een onderzoek naar de feitelijke staat van de sociale veiligheid en cultuur binnen de organisatie. Alle (oud-)medewerkers krijgen de gelegenheid om anoniem hun verhaal met het bureau te delen. De Raad van Toezicht is opdrachtgever maar heeft geen enkele inhoudelijke betrokkenheid. De kaders van het onderzoek worden mede op advies van deze deskundige partij vastgesteld. 

Ter verduidelijking: het externe onderzoek is geen vervolg op het interne onderzoek, want het ziet op een hele andere vraag. De RvT heeft onderzocht of hij wel of niet juist en volledig is geïnformeerd door de directeur-bestuurder. Vanwege de signalen uit de organisatie is nader onderzoek naar het sociale welzijn en de cultuur nodig. De RvT is niet toegerust om dit soort onderzoek zelf uit te voeren.  

Hoewel de directeur-bestuurder reeds is ontslagen, vindt de RvT het belangrijk dat door een onafhankelijke externe partij wordt vastgesteld of er sprake is (geweest) van een cultuur waarbinnen wellicht niet alle medewerkers zich veilig voel(d)en. Dit om de juiste zorg te bieden en passende maatregelen voor de toekomst te treffen. De resultaten van het onderzoek kunnen tevens behulpzaam zijn bij de evaluatie van de RvT met betrekking tot zijn eigen rol. 

Hoe worden de stakeholders geïnformeerd? 

De stakeholders van het Nederlands Fotomuseum zijn rechtstreeks door de RvT geïnformeerd over het besluit tot schorsing van de directeur-bestuurder. Zij zijn niet betrokken geweest bij het interne onderzoek dat door de RvT is uitgevoerd. Direct na afronding van dit onderzoek en het daaropvolgende ontslag zijn de stakeholders opnieuw geïnformeerd. Daarbij is, binnen de grenzen van vertrouwelijkheid en de stand van zaken op dat moment, nadere toelichting verstrekt. Wij houden de stakeholders van alle belangrijke ontwikkelingen op de hoogte. 

Wat gebeurt er nu met de leiding van het museum? 

De RvT beraadt zich momenteel op de toekomstige inrichting van de directie. Allereerst wordt verkend welke topstructuur het meest passend is. Deze analyse is bijna afgerond. Het wervingstraject dat daarop volgt, zal zorgvuldig en transparant worden doorlopen, via een formele, open procedure en zoals voorgeschreven door de Governance Code Cultuur. De RvT betrekt stakeholders en medewerkers in dit traject; laatstgenoemde groep in de vorm van een benoemingsadviescommissie. Deze commissie krijgt inspraak in het werving- en selectietraject dat op zo kort mogelijke termijn van start gaat. Ook zal de RvT u als belangrijke stakeholder concreet vragen om input op het profiel van de te werven directie. 

Wie leidt het museum op dit moment? 

Tijdens de schorsing nam RvT-lid Roderick van der Lee tijdelijk de leiding over de bedrijfsvoering waar als gedelegeerd toezichthouder. De RvT heeft hem inmiddels als interim-directeur-bestuurder aangesteld voor de duur van het wervingstraject voor de nieuwe directie. Van der Lee stelt zichzelf in dit traject niet kandidaat voor een directiepositie. Tot deze tijdelijke invulling is in samenspraak met de organisatie besloten. Ondanks dat deze keuze in het belang van het museum is gemaakt en de continuïteit van de bedrijfsvoering het beste borgt, betreurt de RvT tegelijkertijd de noodzaak ervan. De governance schrijft namelijk voor dat Van der Lee hiermee uit de RvT treedt en ook na de interim-periode niet in de raad kan terugkeren. Daarmee verliest de RvT een gewaardeerd en ervaren lid. De raad bedankt Roderick van der Lee voor zijn inzet als RvT-lid en voor het feit dat hij zijn positie in de raad in het belang van het museum hiermee opgeeft. 

 

Word Vriend  
Geniet van exclusieve voordelen
aanmelden
nl_NLNederlands