Het Nederlands Fotomuseum wil zich uitspreken over het belang van inclusiviteit, juist nu de Black Lives Matter beweging onderstreept wat er aan de hand is in onze samenleving. Niets zeggen is geen optie.


Ikram 1, Rotterdam 2018, Marwan Magroun

We steunen de BLM-beweging, we spreken ons hardgrondig uit tegen racisme en discriminatie, én we zetten stappen om zelf te veranderen op het gebied van programmering, van personeelssamenstelling en van (kijk op) de collectie. We beschouwen culturele diversiteit als een verrijking van onze samenleving. Binnen de cultuursector wordt die verrijking nog onvoldoende weerspiegeld. Juist in een land als Nederland en een stad als Rotterdam is aandacht voor de verscheidenheid van culturen van belang als het gaat om publiek, programma, personeel en partners. 

Vanuit die overtuiging streeft het museum naar meerstemmigheid in alles wat het doet: in de collectie, de presentatie, educatie, de publieksactiviteiten en in het personeelsbestand. 

Het museum is zich bewust dat het blinde vlekken heeft (gehad) en treedt daarom buiten de eigen muren. Buiten de muren treden houdt in ten onrechte genegeerde fotografen, stijlen, publiek ontdekken en ontsluiten. Het betekent nieuwe duiding van en visies op de collectie. En het gaat om het herkennen, erkennen en tentoonstellen van ‘bi-culturele kunstenaars’. Andere fotografen en andere verhalen tonen en laten horen betekent nadenken over de vraag hoe beoordelingskaders gekleurd worden door een bepaalde culturele traditie. Nadenken over de vraag: hoe beoordeel en selecteer je werk dat voortkomt uit niet-westerse tradities?

Inclusiviteit gaat ook om het aanspreken van een diverser publiek. We realiseren ons dat een museumbezoek voor lang niet iedereen vanzelfsprekend is en dat dit een extra inspanning behoeft. We treden daarom ook letterlijk buiten de muren van het museum in de vorm van samenwerking met diverse partners binnen en buiten de culturele sector. 

Het betekent een actief educatiebeleid, waarin het museum de samenwerking met scholen op Rotterdam-Zuid intensiveert en leerlingen uit regulier en speciaal onderwijs samenbrengt. Vanuit de gedachte dat ieder kind kunst en cultuur verdient. 

Het betekent ook dat we in de programma’s en educatie onderwerpen als racisme en discriminatie erkennen en behandelen. We bedienen ons van de methode van visuele geletterdheid, ‘begrijpend kijken’. Visuele geletterdheid is ook iets wat we onszelf moeten aanleren bij het inclusiever kijken naar fotografie en alles dat daar mee samenhangt.  

Op het gebied van inclusiviteit heeft het museum de komende tijd nog flink wat te doen, ook wat betreft personeelssamenstelling. Daarom zoekt het museum in zijn aannamebeleid actief naar een diversere vertegenwoordiging van de verschillende culturen die Nederland rijk is. Dit heeft de afgelopen tijd al geleid tot een verdere diversifiëring van het medewerkersbestand. Er is in anderhalf jaar tijd een zestal medewerkers aangetrokken met een bi-culturele achtergrond. Ook worden collega’s aangetrokken die met hun expertise de programmering diversifiëren. Zo is in 2020 een programmeur aangetreden die debatten entameert over actuele onderwerpen, waaronder inclusiviteit, en een curator die is gespecialiseerd in meerstemmigheid in musea. De taken van de laatste beperken zich niet tot de collectie maar strekken zich museumbreed uit. Daarbij geldt de betrokkenheid van de curator bijvoorbeeld bij de terminologie binnen de collectieregistratie; het afgelopen jaar zijn op dit gebied grote stappen gemaakt met betrekking tot het verwijderen van zogeheten ‘controversiële woorden’ in de beschrijvingen bij foto’s uit de Collectie. 

Diversifiëring gaat zeker ook de collectie aan. We bevragen de collectie op meerstemmigheid. Dan gaat het om het tonen van de diversiteit die er al is en nog te weinig getoond wordt. In de ruim 170 archieven zitten immers ook de stemmen van bijvoorbeeld Robert Soublette, een van de beste Curaçaose fotografen, en Augusta Curiel die eveneens honderd jaar geleden furore maakte maar dan in Suriname.  De commissie die adviseert over het aanwinstenbeleid van het museum is uitgebreid met divers perspectief. De vijfkoppige Adviescommissie is vorig jaar versterkt met kunstenaar/curator Sara Blokland, die veel kennis heeft op gebied van identiteit, migratie en culturele onthechting. Sinds dit jaar streeft het museum naar ten minste één verwerving die een aanvulling betekent op het gebied van diversiteit en inclusie.

Het maken van keuzes ligt aan de basis van elk museaal beleid, of het nu om verzamelen of om presenteren gaat. Waar inclusiviteit óók om gaat is dat die keuzes niet louter vanuit een voor buitenstaanders onbereikbare, autoritaire positie worden gemaakt, maar dat ze transparant zijn en open staan voor discussie. Dat ze gemaakt worden vanuit de meerstemmigheid, waarbij de stemmen van binnen en buiten het museum worden gehoord. Daarbij geldt dat wat bewust of onbewust niet is gekozen net zo belangrijk kan zijn als wat wel is geselecteerd. De Eregalerij van de Nederlandse fotografie die het museum volgend jaar wil openen, is daarvan een goed voorbeeld.

De Eregalerij, een keuze van honderd foto’s met iconische waarde die samen de geschiedenis van 180 jaar fotografie in Nederland weergeven, zal direct een groot publiek aanspreken en het vaak tot het vakgebied beperkte debat over het structureel exclusieve denken en handelen met betrekking tot culturele achtergrond, gender, gezondheid en leeftijd in Nederlandse musea voor een breed publiek toegankelijk maken. 

Bij de realisatie van de Eregalerij van de Nederlandse Fotografie is het inclusieve denken vanaf het begin ingebouwd. De selectiecommissie is evenwichtig samengesteld met betrekking tot culturele achtergrond en man-vrouw verhouding. De leden zijn:

Frits Gierstberg, curator Nederlands Fotomuseum (voorzitter); Khalid Amakran, fotograaf; Mattie Boom, conservator fotografie Rijksmuseum; Loes van Harrevelt, curator Collecties Nederlands Fotomuseum; Kevin Osepa, fotograaf; Guinevere Ras, juniorcurator en specialist meerstemmigheid (secretaris)

Deze commissie heeft nadrukkelijk de opdracht gekregen om inclusief te denken en kijken, zowel wat betreft de keuze van fotografen en kunstenaars (diversiteit), van specifieke werken (die bijvoorbeeld kolonialisme of racisme nadrukkelijk problematiseren) én van specifieke onderwerpen (koloniale geschiedenis, misrepresentatie van minderheden, erkenning van de camera als machtsinstrument, herkomst van het werk, et cetera);

Bij de uitwerking van de selectie wordt meerstemmigheid ingevoerd, wat wil zeggen dat bepaalde foto’s of onderwerpen nadrukkelijk van twee of meer kanten worden besproken en geproblematiseerd, bijvoorbeeld door personen met verschillende achtergronden (en niet per se uit de fotografie of beeldende kunst afkomstig).

De Eregalerij omvat 99+1 werken, want één werk zal er niet zijn: daar blijft een lege plek. Deze lege wand staat symbool voor hetgeen bewust of onbewust niet is gekozen, niet is opgemerkt, niet bekend was, niet werd gewaardeerd. Daar klinkt de stem van de uitsluiting. Vanuit die symbolische leegte ontwikkelt het museum een programma met discussies, lezingen en educatie. Fysiek gezien is het een plek die door het publiek wisselend kan worden ingevuld. Hoe precies, moeten we nog uitwerken. Duidelijk mag zijn dat de Eregalerij zichzelf met deze aanpak op een prikkelende en uitnodigende manier ter discussie stelt.

Inclusief betekent dat we toegankelijk willen zijn voor mensen met een beperking. Het museum is rolstoelvriendelijk en kwam onlangs positief uit de Zienswijzer van het Oogfonds: ‘Het fotomuseum is (natuurlijk) een visueel ingesteld museum. Toch is er nagedacht over de toegankelijkheid van de werken.’ Op deze terreinen wil het museum de komende jaren verder ontwikkelen, door ervaringsdeskundigen te betrekken. In het educatiebeleid wordt ingezet op het samenbrengen van scholen uit het speciaal en het regulier onderwijs, zodat kinderen die anders in parallelle werelden leven elkaar ontmoeten.

Het Nederlands Fotomuseum adresseert het onderwerp inclusiviteit ook in zijn programmering van debatten. We verwelkomen kritiek op het gebied van (culturele) diversiteit in de fotografie in de vorm van discussie en onderzoek, teneinde het zelfkritisch vermogen van onze organisatie te versterken. 

Begin dit jaar had bijvoorbeeld een discussie plaats met Wayne Modest (directeur van het Research Centre for Material Culture) over de vraag hoe het museum hier mee omgaat. Dit zal resulteren in een jaarlijks symposium met het Wereldmuseum. Inzet van het debat was de vraag: hoe kan het Nederlands Fotomuseum ervoor zorgen dat iedereen zich welkom voelt en zich kan verhouden tot onze Collectie?  

‘Hoe kun je een bestaande collectie meerstemmiger maken?’ wilde Modest weten. Door de Collectie opnieuw te bevragen. Zij zullen vanaf volgend jaar te zien zijn in de Eregalerij van de Nederlandse fotografie, die wij in januari 2021 openen; een selectie van honderd werken die samen het verhaal vertellen van ruim 180 jaar fotogeschiedenis in Nederland. 

Migratie als thema is overigens goed vertegenwoordigd in de huidige Collectie, met foto’s van onder meer Ata Kandó, Bertien van Manen, Robert de Hartogh, Carel van Hees en Anaïs López. Op dit moment is in het museum een tentoonstelling van de Rotterdamse Marwan Magroun te zien waarin hij zijn persoonlijke keuze presenteert uit de rijke collectie van het Nederlands Fotomuseum. In totaal heeft Magroun 22 foto’s geselecteerd die hem intrigeren. ‘Voor fotografen uit de collectie was migratie echt een onderwerp’, constateerde Magroun bij het maken van de selectie. Hij zag zijn eigen jeugd voorbij komen op de foto’s. ‘Als kind uit een migrantengezin ben ik nu verteller en kan ik hieraan nieuwe verhalen toevoegen.’

Modest wees op het belang van een diversere samenstelling van het personeelsbestand voor de samenstelling van het bezoek. ‘Hoe diverser ook weer het netwerk dat zij mee naar het museum nemen en dat resulteert in nieuw publiek.’ Wayne Modest gaf ons nog een waarschuwing mee en een aanbeveling. ‘Het streven naar inclusiviteit mag niet iets tijdelijks zijn’, waarschuwde hij. Ook daarom is het zo belangrijk dat je medewerkers hebt met verschillende achtergronden zodat inclusiviteit in het DNA van je museum gaat zitten.

We zijn er nog niet als Nederlands Fotomuseum. Met onze partners gaan we verder invulling geven aan onze taak het museum inclusiever te maken. Opdat de verhalen die we tonen en het publiek dat we aantrekken even veelkleurig worden als de Nederlandse samenleving. 

Wil u hierop reageren? Stuurt u dan een e-mail naar educatie@nederlandsfotomuseum.nl o.v.v. inclusie. 

Gebouw Las Palmas Wilhelminakade 332, 3072 AR Rotterdam +31 (0)10 203 04 05 info@nederlandsfotomuseum.nl

© 2016 - 2019 Nederlands Fotomuseum. WooCommerce door Redkiwi