Eindelijk naar de sportschool gaan en nu echt stoppen met roken; het is weer de tijd van goede voornemens. Maar ze mogen wel eens wat origineler die voornemens, blogde ik op 5 januari 2014 als directeur van het Mondriaan Fonds, zoals minder stressen en meer naar musea gaan. Als voorbeeld noemde ik een bezoek aan het Nederlands Fotomuseum. Op dat moment kon ik niet bevroeden dat ik vijf jaar later in datzelfde Nederlands Fotomuseum zou werken als directeur, om me er in te zetten voor de bijzondere collectie fotografie uit Nederland en deze te verrijken met de fotografen en de technieken van nu.

En, hoe bevalt dat? is een vraag die me de laatste tijd veel wordt gesteld. Nou heel goed, dank u wel. Om te beginnen heb ik met alle collega’s in het museum een gesprek gevoerd en daarbij viel me op hoe betrokken en kundig ze zijn. Dat ze bijvoorbeeld zelf technieken ontwikkelen om foto’s te restaureren, zodat ruim 42.000 kleurendia’s van Ed van der Elsken van de ondergang gered konden worden. Komende zomer zal een selectie hiervan te zien zijn in de tentoonstelling Lust for Life, Ed van der Elsken in kleur.

chas-gerretsen-pinochet
Generaal Augusto Pinochet met officieren na afloop van de Heilige mis ter ere van Chili’s Onafhankelijkheidsdag, Santiago (1973) © Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum


Het museum heeft me op meer fronten verrast. Zo kun je als bezoeker bijna alle foto’s uit de collectie nabestellen. Hoe vaak zie je in een museum dat je alles wat je hebt gezien kunt meenemen naar huis? En de collectie is nog veel rijker dan ik dacht. Die bekende foto van Pinochet met zonnebril bijvoorbeeld, van Chas Gerretsen, zit hier in het depot. Net als die ene foto van Koen Wessing waarop Alfredo Jaar zijn installatie Shadows baseerde, die vanaf 25 januari te zien zal zijn.

Ook valt me op dat we relatief veel eigen inkomsten genereren: de helft van het budget, terwijl de norm die aan musea wordt gesteld 21 procent is. Nu komt dat ook omdat er maar weinig subsidie gaat naar dit museum, maar dat is een verhaal waar ik het een andere keer over zal hebben. Opvallend is verder dat een groep vrienden van het museum geld bij elkaar heeft gelegd voor een aankoopfonds. In de afgelopen vijf jaar had het museum geen budget om nieuw werk aan te schaffen. Terwijl een collectie waarvoor niet kan worden aangekocht ten dode is opgeschreven. In de loop van dit jaar zullen we bekend maken met welke aankopen de collectie wordt versterkt en naar het heden gehaald.

fred-ernst-cas-oorthuys
© Fred Ernst


En iedere dag loop ik te genieten tijdens een rondje door de zalen. Om bezoekers te vragen wat ze er van vinden. ‘Fijn modern gebouw’, oordeelden twee studenten van de Fotovakschool uit Amsterdam. ‘Geweldige fotograaf, die Cas’, zei een mevrouw over de expositie Dit is Cas (nog tot 13 januari te zien). ‘Hij fotografeert net zo als ik, zo menselijk en zo direct.’

Ik heb me niet tot de eigen muren beperkt, en ben in gesprek gegaan met mensen van buiten het museum, die me gevraagd of aangevraagd advies gaven. Filmproducent en Rotterdammer In-Soo Radstake bijvoorbeeld, raadde aan: ‘Vertel verhalen waar mensen zich in herkennen, dan wordt je museum toegankelijker. En laat gewone mensen met bijzondere verhalen naar het museum komen in de serie ‘De foto van je leven’.’ Journalist Hanina Ajarai adviseerde: ‘Als je nieuwe bezoekers wil trekken met een andere culturele achtergrond, begin dan pop up musea op plekken waar zij zich bevinden.’ De directeur van de aan het museum grenzende fotovakschool vertelde dat zijn studenten graag gebruik maken van onze bibliotheek en dat ze op school weer een doka willen ‘want we willen werken met nieuwe media’. Ook Anne Bloemendaal van De kracht van Rotterdam (jonge fotografen die de stad in beeld brengen) constateerde een opleving van analoog fotograferen bij de helft van de inzenders van dit jaar. ‘Ze hebben het gevoel dat je zo laat zien dat je echt van fotografie bent.’

florine-van-rees-kracht-rotterdam
© Florine van Rees

Vers Beton verzamelde eveneens ongevraagd en welgemeend advies voor me, bijvoorbeeld van de winnaar van De Kracht van Rotterdam 2018, Florine van Rees: ‘De exposities zien er altijd mooi en strak ingericht uit’, observeerde zij, ‘maar ik zou bijna zeggen; laat dat een beetje los en zorg dat het wat gezelliger wordt zodat je langer in de ruimte wil verblijven.’ Documentair fotograaf Carel van Hees herkende dat afstandelijke gevoel: ‘Het is nu wat kil en koud, terwijl het te gek zou zijn als het museum meer een ontmoetingsplek zou worden. Als het fijner wordt om er heen te gaan en er te blijven, wordt het direct meer plek voor een gesprek en reflectie.’ Hans Wilschut wenste het museum: ‘Een eigen gebouw zou het beste zijn.’

Mijn droom voor het museum is in de eerste plaats dat het een plek krijgt in de harten van alle Nederlanders – dat ze het zien als de plaats waar hun fotografisch geheugen wordt bewaard en geactualiseerd. Dat ze het museum weten te vinden – wat hun culturele achtergrond ook is. Fotografie gaat immers dwars door de samenleving heen. Ik hoop dat hier straks het debat plaatsheeft over fotografie en over al die onderwerpen die fotografen aanraken. Kortom, dat er meer reuring in Rotterdam komt.

En mijn goede voornemen voor 2019? Iedere dag naar het Nederlands Fotomuseum gaan. Op de fiets, dan is die sportschool niet meer nodig.

Wilt u reageren? Dat kan via blog@nederlandsfotomuseum.nl

Gebouw Las Palmas Wilhelminakade 332, 3072 AR Rotterdam +31 (0)10 203 04 05 info@nederlandsfotomuseum.nl

© 2016 Nederlands Fotomuseum. WooCommerce door Redkiwi