08.01.2020

Musea trekken ieder jaar weer meer bezoekers. Maar dat vele bezoek is bij lange na geen afspiegeling van de samenleving; het museumbezoek is overwegend wit en hoog opgeleid. Musea moeten daarom meer inclusief worden, ook diegenen bereiken en betrekken voor wie een museumbezoek niet vanzelfsprekend is. Ze zijn er immers ván ons allemaal, vóór ons allemaal. Dat geldt ook voor ons museum.

 

Hoe kan het Nederlands Fotomuseum ervoor zorgen dat iedereen zich welkom voelt en zich kan verhouden tot onze Collectie? Daarover mocht ik 5 januari jongstleden tijdens het programma Sterke verhalen ontleed het gesprek aangaan met Wayne Modest (directeur van het Research Centre for Material Culture) aan de hand van de lopende tentoonstelling Sterke verhalen uit de rijke collectie van het Nederlands Fotomuseum.

 

Modest begon met een compliment voor de selectie van het werk van Maria Toby. Met haar foto’s, gemaakt in de Rotterdamse wijken Crooswijk en het Oude Noorden, laat zij een beeld zien van het dagelijks leven van families met een migratie-achtergrond, dat nou eens niet problematisch is. Zij fotografeerde Turkse en Surinaamse gezinnen in de jaren zeventig en tachtig, in hun huiskamer, uit het raam hangend of op straat. Daar kun je je als bezoeker met een migratie-achtergrond tenminste toe verhouden, aldus Modest.

Minder gecharmeerd was Wayne Modest van onze keuze voor het werk van de Marokkaanse fotograaf Lamia Naji, die in de jaren negentig in Nederland werd uitgenodigd om hier Marokkaanse gezinnen te fotograferen, vanuit het idee dat zij gemakkelijker toegang zou kunnen krijgen tot die gezinnen. ‘Een fotograaf of curator met een cultureel diverse achtergrond invliegen voor een klus is geen duurzame oplossing.’

En hij vond het jammer dat er geen foto’s waren geselecteerd van de Indonesische vrijheidsstrijd, die in de Collectie zitten. Het Nederlands Fotomuseum beheert sinds 2012 de zogeheten Wereldcollectie, die bestaat uit ruim 100.000 foto’s gemaakt tussen 1850 tot heden, gemaakt in het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Azië en Amerika. De collectie is tot stand gekomen door schenkingen van Rotterdamse handelaren, wereldreizigers, zendelingen en missionarissen. Zij fotografeerden zelf tijdens hun wereldreizen of kochten foto’s van lokale beroepsfotografen. Voor de tentoonstelling Sterke verhalen kozen we uit deze collectie voor foto’s van verweesde apen, gemaakt zo’n honderd jaar geleden door amateurfotograaf Gregor Krause op Borneo. Curator Frits Gierstberg lichtte deze selectie toe door er op te wijzen dat het museum onlangs nog een tentoonstelling had met werk van Cas Oorthuys, waarin veel foto’s te zien waren van de genoemde strijd in Indonesië.


Turkse familie, Rubroekstraat, Rotterdam (1977) © Maria Toby / Nederlands Fotomuseum

‘Hoe kun je een bestaande collectie meerstemmiger maken?’ wilde Modest van mij weten. Door de Collectie opnieuw te bevragen. In de ruim 170 archieven zitten immers ook de stemmen van bijvoorbeeld Robert Soublette, een van de beste Curaçaose fotografen, en Augusta Curiel die eveneens honderd jaar geleden furore maakte maar dan in Suriname. Zij zullen vanaf dit najaar te zien zijn in de Eregalerij van de Nederlandse fotografie, die wij eind september openen; een selectie van honderd werken die samen het verhaal vertellen van ruim 180 jaar fotogeschiedenis in Nederland. 

De Collectie wordt ook meerstemmiger, door ervoor te zorgen dat bij de keuze voor nieuwe archieven diverse perspectieven worden meegenomen. Fotograaf en curator Sara Blokland is daarom onlangs toegetreden tot de selectiecommissie die bepaalt welke archieven we toevoegen aan de Collectie.

Migratie als thema is overigens goed vertegenwoordigd in de huidige Collectie, met foto’s van onder meer Ata Kandó, Bertien van Manen, Robert de Hartogh, Carel van Hees en Anaïs López. Binnenkort openen we een tentoonstelling waarin de Rotterdamse fotograaf Marwan Magroun zijn persoonlijke keuze presenteert uit de rijke collectie van het Nederlands Fotomuseum. In totaal heeft Magroun 22 foto’s geselecteerd die hem intrigeren. ‘Voor fotografen uit de collectie was migratie echt een onderwerp’, constateerde Magroun bij het maken van de selectie. Hij zag zijn eigen jeugd voorbij komen op de foto’s. ‘Als kind uit een migrantengezin ben ik nu verteller en kan ik hieraan nieuwe verhalen toevoegen.’

‘Hoe kunnen we ons bezoek meer een afspiegeling laten zijn van de samenleving?’ vroeg ik op mijn beurt aan Modest. ‘We doen het nu onder andere via educatie; we werken samen met scholen met leerlingen die niet vanzelfsprekend in een musea komen. En die weer goeie influencers zijn van hun ouders.’ Modest antwoordde dat voor een diversere samenstelling van je bezoek een diversere samenstelling van het personeelsbestand belangrijk is. ‘Hoe diverser ook weer het netwerk dat zij mee naar het museum nemen en dat resulteert in nieuw publiek.’

Wayne Modest gaf ons nog een waarschuwing mee en een aanbeveling. ‘Het streven naar inclusiviteit mag niet iets tijdelijks zijn’, waarschuwde hij. Ook daarom is het zo belangrijk dat je medewerkers hebt met verschillende achtergronden zodat inclusiviteit in het DNA van je museum gaat zitten.

We zijn er nog niet als Nederlands Fotomuseum. Samen met onder meer onze nieuwe curator Guinevere Ras, gespecialiseerd in museale meerstemmigheid, gaan we verder invulling geven aan onze taak het museum inclusiever te maken. Opdat de verhalen die we tonen en het publiek dat we aantrekken even veelkleurig worden als de Nederlandse samenleving. 

Gebouw Las Palmas Wilhelminakade 332, 3072 AR Rotterdam +31 (0)10 203 04 05 info@nederlandsfotomuseum.nl

© 2016 - 2019 Nederlands Fotomuseum. WooCommerce door Redkiwi