Wout Berger (1941) begon na een opleiding aan de School voor Fotografie in Den Haag eind jaren zestig als mode-, reclame- en reisfotograaf. Voor deze commerciële opdrachten reisde hij naar de meest exotische plekken op aarde. Dit jachtige bestaan beviel hem niet en gaandeweg raakte hij steeds meer geïnteresseerd in landschapsfotografie. Daarvoor vond hij zijn belangrijkste onderwerp dicht bij huis. 'Het begon met de Volgermeerpolder', aldus Wout Berger zelf. 'Daar woon ik niet ver vandaan, en op een zondagmiddag wandelden mijn vrouw [de fotografe Noor Damen] en ik ernaar toe. Een prachtig terrein, er bloeiden allemaal orchideeën! We plukten er bramen, waar we jam van maakten. Maar die hebben we nooit opgegeten toen we hoorden hoe ontstellend giftig de grond daar was' (Primeur, 16-23 januari 1992). De tegenstelling tussen een prachtig landschap en een totaal vervuilde bodem fascineerde hem. Na een bezoek aan de Diemerzeedijk, een beruchte stortplaats voor chemisch afval waar de grond af en toe begon te borrelen, ontstond het idee om een fotografische documentatie te maken van gifbelten in heel Nederland.
Daarbij stelde hij vooraf een grens: alleen die terreinen kwamen in aanmerking waarvan de opruimkosten minimaal een miljoen gulden zouden bedragen. 1200 locaties heeft hij bekeken, waarvan 170 voldeden aan zijn idee van ogenschijnlijk idyllische plekken die een besmet geheim met zich meedragen. De gegevens uit de zogenoemde Interimwet Bodemsanering (IBS) dienden als gids bij zijn zwerftocht van anderhalf jaar langs deze zwaar verontreinigde plekken. Niet gespeend van humor noteerde hij zorgvuldig welke bijdrage hij voor dit project zelf had geleverd aan de vervuiling van Nederland door het verbruik van 3000 liter diesel en de nodige fotochemicaliën voor het ontwikkelen, fixeren en afdrukken van 450 vlakfilms op het formaat van 4'x5'. In 1992 bundelde hij de resultaten in het spraakmakende fotoboek Giflandschap,steeds met vermelding van de betreffende IBS-code.De tegenstelling tussen natuur en cultuur vormt sindsdien een belangrijk thema in het werk van Wout Berger, getuige zijn beelden van kassen, tulpenvelden, wegbermen en de rijke flora op het ondergespoten industrieterrein Ruigoord bij Amsterdam.