Bernard F. Eilers behoort tot de belangrijkste Nederlandse fotografen
uit het eerste kwart van de twintigste eeuw. Zijn oeuvre bestaat
enerzijds uit opdrachtwerk dat door een zakelijke stijl wordt
gekenmerkt, anderzijds uit vrij werk waarin zijn kunstzinnige talenten
tot uiting komen.
Na ruim veertig jaar bij Eilers' jongere collega Marius Meijboom op een
stoffige Amsterdamse zolder te hebben gestaan, wordt het archief met
het opdrachtwerk van Eilers in 1992 bij toeval door Flip Bool ontdekt.
Het opdrachtgedeelte van Eilers’ archief blijkt na bestudering
prachtige architectuur-, portret- en reproductiefoto's te bevatten. De
architectuurfotografie kan in historisch perspectief als het
belangrijkste deel van zijn opdrachtarchief worden beschouwd.
Zijn eerste buitenopnamen maakt Eilers in 1896 in Amsterdam, waarbij
zijn aandacht primair uitgaat naar de sfeer en lichtval. Tot dan toe
was Eilers werkzaam in de grafische industrie, maar in 1911 besluit hij
zich als portret- en reproductiefotograaf te vestigen. Zijn eerste
bedrijfsopdracht krijgt hij waarschijnlijk in 1912-1913 van de
Staatsspoorwegen. In de daarop volgende jaren verwerft hij vele
opdrachten van vooral Amsterdamse architecten en meubelmakers.
Zijn contacten met kunstenaars, voor wie zijn atelier een
ontmoetingsplaats is, spelen hierbij zeker een rol. Essentieel voor
zijn architectuurfotografie is het contact met H.Th. Wijdeveld,
hoofdredacteur van het tijdschrift Wendingen, dat zich bij uitstek opwierp als pleitbezorger van de Amsterdamse School.
In het verlengde van Eilers' architectuurfoto's liggen zijn
reclamefoto's. Deze komen veelal voort uit bedrijfsreportages, waarbij
hij niet alleen de fotografie maar ook de typografie verzorgt. Eilers
ontwikkelt zich op deze manier tot een van de eerste Nederlandse
reclamefotografen.
De opdrachten voor portretfoto’s zijn voornamelijk afkomstig van
particulieren. Daarnaast maakt Eilers portretten van collega fotografen
als Henri Berssenbrugge, Francis Kramer en Adriaan Boer.
De reproductiefotografie, tenslotte, strekt zich uit van het
documenteren van kunstcollecties van vooraanstaande Amsterdamse
kunsthandelaren en verzamelaars tot de opdracht van het Rijksmuseum om
De Nachtwacht van Rembrandt te fotograferen, overigens de eerste
geslaagde reproductie van dit schilderij. Deze tak van vakfotografie
vormt een belangrijke inkomstenbron voor Eilers en een inspiratiebron
voor zijn vrije werk. Dit vrije werk berust voor een belangrijk deel
bij het Gemeentearchief Amsterdam.
|