1923 Oscar van Alphen wordt op 8 september te Alphen aan den
Rijn geboren als Cees Nieuwenhuizen. Hij is de oudste zoon uit een
gezin van vier kinderen van F.C. Nieuwenhuizen (huisarts) en G.M. van
Os (verpleegster).
1942-‘45 Na de lagere school en de HBS schrijft Van Alphen zich
in voor de Zeevaartschool te Delfzijl. De oorlog brengt hij
ondergedoken door in West-Friesland.
Na de bevrijding gaat Van Alphen naar Berlijn om met eigen ogen te zien wat er is gebeurd.
1946 Hij vervolgt zijn opleiding aan de kweekschool van de Zeevaart te Amsterdam.
1947 Na zijn eindexamen vaart hij korte tijd als derde stuurman.
1948-‘51 Van Alphen schrijft zich in 1948 in aan de Universiteit van Amsterdam voor de studie Sociale Geografie.
1951-‘55 Wegens in de oorlog opgelopen tbc moet hij in 1951 een
longoperatie ondergaan en verblijft daarna langdurig in Sanatorium
Zonnegloren in Soest. In de laatste maanden van zijn kuur krijgt hij
een 6x6 camera aangeboden.
1955 Van Alphen hervat zijn werkzaamheden bij de Nederlandse
Handelsmaatschappij. Als tijdverdrijf begint hij met fotograferen. Zijn
voorkeur gaat uit naar technische fotografie. Al snel maakt hij mode-
en productreportages in opdracht.
1956 Hij schaft zijn eerste Leica aan, waarmee hij reportages
maakt in de grote steden in Duitsland, Engeland, Frankrijk en
Nederland. Het (over)leven van de mens in de stad speelt een
dominerende rol in dit werk.
1958 Hij verandert zijn eerdere pseudoniem Corneille Simoné in Oscar van Alphen. Het eerste boek Kinderen in de grote stad met tekst van Adriaan Morriën wordt uitgegeven.
1972-‘78 Als vaste toneelfotograaf voor Vrij Nederland
legt hij zowel de traditionele toneelvoorstellingen als de progressieve
theatervormen vast. Tevens fotografeert hij diverse performances in De
Appel en tijdens de Documenta te Kassel.
1977 In de tentoonstelling en publicatie Het rijke onvermogen
worden teksten en zijn reportages over de gevolgen van de
‘Berufsverbote’ in Duitsland gebundeld en gepresenteerd. Zijn project
is gesubsidieerd door de Nederlandse Kunst Stichting, het Ministerie
van CRM en de gemeente Amsterdam (Amsterdams Fonds voor de Kunst).
1981-‘82 Novib en Pax Christi geven Van Alphen de opdracht een
reportage te maken over het leven en de geschiedenis van de Palestijnen
in Libanon, Israël en Jordanië. Dit resulteert in de expositie en
uitgave Palestijnen, Palestina!
1982 Samen met Harry Meijer en Hans Aarsman krijgt Van Alphen
van de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum een
documentaire foto-opdracht met als thema ‘Kerk in verandering’.
1985 Beelden van de Meirevolutie in 1968 te Parijs, verlaten
mijngebieden in de Borinage en Lotharingen, begeleid door gesproken
teksten uit Madame Edwarda van de schrijver George Batailles (1941), maken deel uit van de installatie De Oorlogen.
1989 Samen met Hripsimé Visser neemt Oscar van Alphen het initiatief voor de uitgave Een woord voor het beeld. Opstellen over fotografie.
In deze publicatie wordt een aanzet gegeven tot een discussie in
Nederland over de inhoudelijke betekenis van het medium fotografie.
1991 De zoektocht naar de onderliggende betekenis van foto’s krijgt gestalte in de eigenzinnig vormgegeven uitgave De slak op het grasveld. Hierin combineert Van Alphen wederom archiefbeelden met citaten van filosofen en schrijvers.
1995 Met de toekenning van de Capi-Lux Alblas Prijs wordt Van
Alphen onderscheiden voor zijn gehele oeuvre, fotografisch vakmanschap
en visie.
1997 Van Alphen stopt met fotograferen en met het digitaal bewerken van zijn beeldmateriaal.
1998 Het Stedelijk Museum koopt het project De Oorlogen aan, tegelijk met werk van Araki, Lewis Balz en Rineke Dijkstra.
|