Dit artikel is een vertaling van het artikel Conservation and Scanning dat onderdeel uitmaakt van de subsite over de Mexican Suitcase die ICP (international Center of Photography) heeft gepubliceerd. Een link naar de website van dit fotomuseum in New York waarop u dit artikel in het Engels aantreft maar ook nog veel andere interessante links over the Mexican Suitcase kunt u hier in de rechterkolom vinden.
Daarnaast kunt u, ter verdieping het interview lezen dat het Nederlands Fotomuseum hield met Grant Romer, leider van het conserveringsproject van de Mexican Suitcase. Dit interview heeft de titel Eloquently expressive of their dramatic history.
Het object
De ‘Mexican Suitcase’ (Mexicaanse koffer) is eigenlijk geen koffer, maar bestaat uit drie dozen met vintage filmmateriaal. De dozen kregen hun bijnaam in 1995, toen bekend werd dat in Mexico-stad de inhoud van de koffer was teruggevonden, die Robert Capa rond 1939 blijkbaar aan zijn doka-assistent Imre Weisz had meegegeven. De koffer zelf is verloren gegaan. Wat overblijft, is één Agfa-fotopapierdoos (20 x 25 centimeter) die enveloppen met negatieven bevat, waarop de naam van de maker en het onderwerp staan vermeld. Daarnaast twee bewaardozen met deksels van kunstleer, één rood en één groen (28 x 35,5 centimeter), met daarin 35mm-negatiefrollen. Aan de binnenkant van het deksel zijn kwadranten getekend en in elk vierkant staat het onderwerp van de bijbehorende negatiefrol. Dit type bewaardoos werd in de jaren dertig van de vorige eeuw vaak voor negatieven gebruikt, omdat het efficiënter was dan bijvoorbeeld enveloppen of notitieboekjes.
Nicolas Silberfaden (c) | Grant Romer
Op 8 februari 2008 kwamen er twee heren naar het International Center of Photography (ICP) om de ‘Mexicaanse koffer’ te inspecteren. Het ging om Grant Romer, directeur van het Advanced Residency Program for Photographic Conservation van het George Eastman House, en Michael Hager van Museum Photographics Inc., beide uit Rochester, New York. Ze stelden vast dat de film in relatief goede staat was: niet bros en zonder ernstige verval dat het beeld onmiddellijk zou aantasten. Ze raadden restauratie of chemische schoonmaak dan ook af. Omdat de film zo goed bewaard was gebleven, zou zo’n behandeling de zaak alleen maar kunnen verergeren. Evenals bij dokters is immers het motto van restauratoren (of zou dat moeten zijn): ‘Breng allereerst geen letsel toe’.
Het grootste deel van het materiaal bleek nitraatfilm te zijn. Dergelijke films zijn gevoelig voor achteruitgang bij onzorgvuldige opslag; onder sommige omstandigheden kunnen ze zelfs spontaan ontvlammen. Vanwege het vrij droge en stabiele klimaat van Mexico-stad, waar de film waarschijnlijk zo’n zeventig jaar werd bewaard, werd het materiaal niet blootgesteld aan grote omgevingsveranderingen die achteruitgang zouden kunnen versnellen. Bovendien lieten de poreuze kartonnen dozen, waar de negatieven in zaten, wat lucht door, zodat de giftige gassen van de nitraatfilm konden ontsnappen.
Romer en Hager adviseerden het ICP het volgende: scan de hele film en gebruik daarvoor een op maat gemaakte drager die de diverse lengtes van de vintage film kan ondersteunen.
Nicolas Silberfaden (c) | De PFD2
De PFD2
Een team van het George Eastman House ontwikkelde een negatievenhouder met behulp waarvan elk frame van de negatiefrollen kon worden gedigitaliseerd. Dit vroeg om een ontwerp waarbij de negatieven zo glad konden worden getrokken dat er geen vertekend beeld ontstond, maar dan wel zo voorzichtig dat de negatieven niet werden beschadigd. Het project werd gerealiseerd door een groep onder leiding van Grant Romer met daarin Mirasol Estrada, Inés Toharia Terán en Arnold VanDenburgh.
Na een onderzoek van enkele maanden vonden ze het Planar Film Duplicating Device (PFD2) uit. Het was speciaal ontworpen om negatieven die strak waren opgerold op een veilige manier weer vlak te trekken. De productiematerialen waren uitgekozen vanwege hun neutrale eigenschappen en het hele ontwerp was gebaseerd op het zo min mogelijk aanraken van de oude negatieven. De PFD2 werkt als volgt: de opgerolde negatieven worden voorzichtig aan de ene kant van het apparaat ingevoerd en over de antinewtonglasplaat getrokken. Vervolgens worden ze gestabiliseerd met dunne glasplaatjes langs de perforaties. De film wordt van onderen belicht met een lichtbak en de camera is erboven bevestigd op een reprozuil.
Chris George, foto- en beeldbewerker van het ICP, heeft met behulp van de PFD2 alle opgerolde negatieven gefotografeerd. Hij werkte met een Canon EOS-1Ds Mark III camera die op een Apple-computer was aangesloten. Hij belichtte de negatieven op f16 gedurende 1/6 seconde, sloeg de beelden op als RAW-bestanden en zette ze vervolgens met de convertor van Adobe DNG om in DNG-bestanden. De DNG-bestanden zijn 40 MB. Alle gesneden vlakfilm is gescand met een Nikon 9000 scanner.
Het ICP is Canon zeer erkentelijk voor het uitlenen van deze hogeresolutiecamera. Het PFD2-project zou verder niet mogelijk geweest zijn zonder de steun van het Advanced Residency Program in Photography Conservation van het George Eastman House en de Andrew W. Mellon Foundation.
Grant Romer, ICP
|