Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

Eervolle vermelding


       NEDERLANDS FOTOMUSEUM
       BEDANKT:
sponsorenfilmpje.gif
De eervolle vermelding van de verhalenwedstrijd WHY NOT gaat naar onderstaand verhaal

verhalenwedstrijda.jpg
Otto Snoek (c)











In het begin was het vrij makkelijk geweest om het kanongebulder, de stinkende rookwolken en de asgrauwe luchten achter zich laten, en de grijze zanderige Noordzee langzaam te zien veranderen in een helderblauwe oceaan. De geur van langs het strand gebakken vis, de vrijheid van de eindeloze horizon. Het witte zand en de knalgroene palmbomen leken weliswaar op een ansichtkaart, maar hoe meer hij er naar keek, hoe meer de oorlog en zijn verraad in hem verstomden. Vierenzestig jaar lang leefde hij zijn leven, sjokte met zijn strohoed onder de verzengende zon, en dacht verder nergens meer over na. Zijn naam was immers de zijne ook niet meer.
Maar toen zijn lichaam ouder werd, herinnerde hij zich ineens de koele bries door zijn haren, de kriebelende koude van regendruppels op zijn gezicht, het geluid van de zingende ijsvloer op het kanaal als de halve stad er aan het schaatsen was. Jagende wolkenluchten, mensen die zich naar huis haasten in het winterschemerdonker als de straatlantaarns hun geelachtig licht op de straathoeken schijnen; plotsklaps begreep hij niet meer hoe hij ooit zonder had gekund. Zijn getaande, bruine huid kwam hem ineens vreemd voor. Hij koesterde een foto waarop hij met witte spillebenen en een gebreide zwembroek aan op de stenen rand van een zwembad stond. Een brede lach zoals alleen Hollandse jongens met natte haren die kunnen lachen. De holle geluiden van de roepende badmeester, bleekwatergeur, maar vooral het spatten, het lachen, water overal, geborrel om hem heen, armen en benen van zijn vrienden.
Thuis.
Hij was teruggegaan. In het vliegtuig liet hij de beelden die hij koesterde langzaam aan zich voorbijtrekken, als een fijnproever die wijn in zijn glas laat draaien voordat hij een eerste slok neemt. Vanuit de lucht zag hij dan eindelijk de keurige rechthoekjes van lapjes grond die de ordelijkheid en ijverigheid van zijn landgenoten verraadden. De tranen sprongen hem daarbij in de ogen, terwijl hij zijn handen tegen het raampje hield, alsof hij wilde vatten wat hij daar beneden zag.
Toen hij in de taxi stapte was het donker geweest. Hij had zich naar een hotel laten brengen en had met het raam open geslapen om toch vooral de koele nachtlucht op zijn huid te voelen. Rillend was hij wakker geworden, had zich meteen aangekleed en was met een knoop in zijn maag de straat opgesneld. En hij begreep eerlijk gezegd niet zo goed waar hij nu terechtgekomen was.

(c) Trees Roose
 
Zie ook...