Het winnende verhaal
van de WHY NOT verhalenwedstrijd
Otto Snoek (c)
Onthand
Wat haatte hij die handen. Zelfs hier kon ze ze niet thuislaten. Hoe langer hij ernaar keek, hoe groter ze leken te worden. Hij bleef zich afvragen waarom het hem nooit was opgevallen, die eerste keer dat hij haar ontmoette. Ze had mooi haar toen; niet zo droog en verwilderd als nu. De eerste keer dat hij de handen voelde had ze door zijn haar gestreken in een moederlijk gebaar. Het had hem verward. Hij werd naar een stoel gedirigeerd waar hij de rest van de avond moest zitten en wachten. Ondertussen voorzag ze hem van drankjes en liefdevolle, -of waren het meelijdende- blikken. Zij ging los op de dansvloer terwijl hij keek. Aan het eind van de avond had ze hem ondersteund toen hij in een heldhaftige poging zijn ‘strompelpoot’ te negeren, bijna gevallen was. Sinds hij zich bewust was van het feit dat hij kreupel was, had hij zich genesteld in zijn slachtofferrol. Alles liet hij over zich heenkomen; hulp, pesterijen, meewarige blikken. En nu had hij iemand gevonden die hem wilde. Op die avond had hij kennisgemaakt met haar handen. Eerst streken ze door zijn haar, later streelden ze hem overal. Ze had haar buien. Na driekwart jaar was hij erachter gekomen dat er méér schuilging achter de mooie blonde haren en de hulpvaardigheid. Ze begon eisen te stellen. Verlangde compensatie voor haar compassie. Het leek hem gerechtvaardigd. Zijn computerbaan bracht genoeg op om haar zucht naar luxe te bevredigen. Toen het op een dag uit de hand liep had hij haar voor het eerst durven weerspreken. Nu werden de handen tegen hem opgeheven. Als een razende stortte ze zich bovenop hem tot hij blauw zag. Een week lang kon hij zich niet zonder pijn bewegen. De obsessie voor haar handen was een feit. Ze werden het symbool van onderdrukking en onvoorspelbaarheid. Haar handen regeerden hem, dirigeerden hem. En zolang hij slaafs volgde waren ze af en toe teder. En nu op het terras waren ze er weer. Uitvergroot. Ze wenkten de bediende, hielden het glas wijn gevangen en nu… Hij zou zich eraan ontworstelen; ermee breken, hij zou…gaan. Met alle kracht die hij in zich had kwam hij overeind. Maar ze waren groter dan hij, sterker. Er leek een bezwerende kracht vanuit te gaan bij het spreiden van de vingers en het gebaar van onderwerping. Kreunend viel hij neer in de stoel.
(c) Daniëlle Munnik - Zuidlaren
|