Interview met Flip Bool
Tekst Jos Schuring
Deel 2
De Nederlandse fotografie heeft de laatste twintig jaar stormachtige ontwikkelingen doorgemaakt. De aandacht voor het fotoboek als werkterrein van de fotograaf is een graadmeter voor internationale bekendheid. Ook onderwijs in en onderzoek naar fotografie hebben een impuls gekregen. Soms is daar enige ophef bij ontstaan.
Een goede graadmeter voor de mondiale bekendheid van een fotograaf is het tweedelige standaardwerk van fotocriticus Gerry Badger en Martin Parr, een van de bekendste Engelse documentaire fotografen. De twee delen van The Photobook, A history uit 2004 en 2006 worden algemeen beschouwd als de bijbel van de fotoboeken. Er staat een groot aantal Nederlandse fotografen in en het is interessant om te zien dat een baanbrekend boek als Hollandse taferelen uit 1989 van Hans Aarsman (1953) in de context van deze 'bijbel' uiteindelijk ook internationaal de aandacht krijgt die het verdient.
indringende portretten
Het fotoboek is echter slechts een van de mogelijke werkterreinen van fotografen en een fotografe als Inez van Lamsweerde (1963) is internationaal vooral bekend door haar modefoto's. Anton Corbijn (1955) kreeg hij internationale faam door indringende portretten van popmusici en celebrities. Net als Van Lamsweerde is hij een uitmuntende fotograaf, maar zijn werk is vooral in opdracht gemaakt en dat wordt in museale kring helaas vaak minder gewaardeerd.
belangrijke impulsen
In Nederland is de erkenning van de fotografie als kunstvorm iets van de laatste twee decennia. Binnen kunstopleidingen neemt dit medium inmiddels een niet meer weg te denken plaats in. Met name Willem van Zoetendaal heeft hier als voormalig docent aan de Rietveldacademie belangrijke impulsen aan gegeven. De volwassenwording van het universitaire onderzoek naar de geschiedenis van de (Nederlandse) fotografie wordt gemarkeerd door het eerste fotohistorische proefschrift van Ingeborg Leijerzapf uit 1996 over Henri Berssenbrugge en het picturalisme in de Nederlandse fotografie.
verbreiding
Ook de rol van galerieën als platform voor verbreiding van internationale kennis over Nederlandse fotografen is van belang, mede door hun deelname aan internationale kunst- of fotobeurzen. De galerieën Paul Andriesse, Flatland, MK, Van Kranendonk en Van Zoetendaal verdienen wat dit betreft vermelding. Helaas is het aantal particuliere verzamelaars in Nederland nogal beperkt, daardoor ook de financiële armslag voor galerieën en het is dus geen eenvoudige opgave Nederlandse fotografen internationaal door te laten breken.
aandacht
Een enorme impuls voor het fotografieklimaat in Nederland was het verrassende legaat van tien miljoen Euro van de onbekende, in 1997 overleden amateur-fotograaf Hein Wertheimer. Mede hierdoor is het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam van de grond gekomen en zijn er inmiddels ook fotomusea in Amsterdam en Den Haag. Daarnaast werd het dankzij dit legaat mogelijk om twee bijzondere hoogleraren en een lector te benoemen, waardoor het universitair en fotografisch beroepsonderwijs extra impulsen krijgt. Met name het tweejaarlijkse fotofestival Noorderlicht in Groningen trekt internationaal flink de aandacht en dat is buiten Randstad een opmerkelijke prestatie.
rijke geschiedenis
Op vele fronten is Nederland dus druk doende zich te profileren op het gebied van de fotografie. Belangrijk daarbij is de recente uitgave Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland. Dutch Eyes. De Engelstalige editie hiervan is cruciaal voor verdieping van de internationale kennis over de rijke geschiedenis van de Nederlandse fotografie.
andere accenten
Over Dutch Eyes is onder Nederlandse fotografen de nodige ophef ontstaan omdat dit lijvige boek van 576 pagina's geen compleet beeld zou geven. Maar iedere geschiedschrijving is per definitie onvolledig en gekleurd door de interesses en het blikveld van de auteurs op een specifiek moment in de tijd. Zo zullen toekomstige fotohistorici ongetwijfeld andere accenten leggen en valt het niet uit te sluiten dat zij andere keuzes zullen maken met betrekking tot fotografen die wij nu als hoofdrolspelers zien.
Deel 1 van dit webessay werd in februari 2009 op deze website gepubliceerd.
Maart 2009
Flip Bool is Senior Onderzoek en Collecties van het Nederlands
Fotomuseum en lector Fotografie aan AKV | St. Joost van Avans
Hogeschool. Jos Schuring is freelance journalist en werkt onder meer
voor Het Financieele Dagblad, Haarlems Dagblad, SICA Mag, Kracht van Cultuur en Heaven Popmagazine. Dit webessay is een bewerking voor het web van de Nederlandse tekst van het artikel dat in SICA Mag, Summer 2008 verscheen.
Meer over de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA) ....
|