Interview met Flip Bool
Tekst Jos Schuring
Deel 1
De Nederlandse fotografie heeft de laatste twintig jaar stormachtige ontwikkelingen doorgemaakt. Ed van der Elsken (1925-1990) was een van de eerste Nederlandse fotografen die internationaal furore maakte. Inmiddels heeft het werk van verschillende jonge Nederlandse fotografen internationaal ook het nodige aanzien. Zo is Rineke Dijkstra (1959) vertegenwoordigd in bijna elke binnen- of buitenlandse collectie die internationaal mee wil tellen.
Rineke Dijkstra heeft een voorkeur voor mensen in kwetsbare situaties. Zo fotografeerde ze stierenvechters vlak na het verlaten van de arena. Of moeders met hun baby's kort na de bevalling, vrij heftige foto’s vol emotie. Met haar serie strandportretten uit de eerste helft van de jaren negentig kreeg zij wereldwijd bekendheid. Ze liet pubers in badkleding voor de camera poseren. Het bijzondere aan deze foto's is dat zij gewoon lijken, maar de kijker toch het gevoel geven dat ze iets ongewoons zien.
individuele kwetsbaarheid
Je zou haar werk kunnen omschrijven als 'ondergewoon'. Je ziet wat je weet, maar de essentie daarvan onttrekt zich meestal aan onze waarneming. Dat is heel fascinerend in haar werk. De jongens of meisjes aan het strand geven zich niet letterlijk maar figuurlijk bloot. Wat Dijkstra doet is de techniek van een studio op een buitenlocatie toepassen, waarbij ze gebruik maakt van een technische camera. Ze zoekt heel lang naar een optimale locatie en naar de juiste modellen. Wie goed kijkt ziet dat het in haar portretten vooral gaat om individuele kwetsbaarheid en existentiële onzekerheid.
enorme impuls
Dijkstra is een prachtfotograaf die soms ook refereert aan klassieke thema’s. Zo maakte ze een groepsfoto in het Amsterdamse Vondelpark die sterk doet denken aan het schilderij Déjeuner sur l’herbe van Eduard Manet. Niet toevallig hing het Museum of Modern Art in New York een van haar strandfoto's ooit naast een bader van Paul Cézanne. Ze heeft het fenomeen van de portretfotografie in en buiten ons land een enorme impuls gegeven. Zo maken Céline van Baalen (1965) en Koos Breukel (1962) ook portretten met een sterke emotionele lading.
bekendheid
Ook verschillende Nederlandse documentaire fotografen genieten in het buitenland de nodige bekendheid. Een van hen is de veel bekroonde Ad van Denderen (1943), die naast het opinieweekblad Vrij Nederland regelmatig publiceerde in Geo, Stern en The Independent. Hij trok internationaal de aandacht met zijn project Go No Go, dat in 2003 door verschillende Europese uitgevers in boekvorm werd gepubliceerd. Hij begon in de jaren tachtig aan dit project over de migratie in Europa om er vervolgens gedurende maar liefst anderhalf decennium aan te werken.
vasthoudendheid
Anders dan de meeste fotojournalisten stelde Van Denderen zich niet tevreden met enkele pakkende beelden over het lot van migranten die in Europa een beter bestaan hopen op te bouwen. Met een bewonderenswaardige vasthoudendheid beet hij zich vast in dit moeilijk te fotograferen onderwerp. Zo stond hij in Spanje wekenlang ’s ochtends om half vijf op het strand om Afrikaanse bootvluchtelingen te fotograferen.
ongepolijste alledaagsheid
Bertien van Manen (1942) is in haar gedreven werkwijze enigszins verwant met Van Denderen. Na de val van de Muur maakte zij verschillende reizen naar de voormalige Sovjet-Unie, maakte zich de Russische taal eigen en wist zo een indringend beeld te geven van het dagelijks leven bij gewone mensen thuis. Het resultaat is gebundeld in het boek A Hundred Summers a Hundred Winters uit 1994. Haar foto’s kenmerken zich door een ongepolijste alledaagsheid. Wat dit betreft is zij een tegenpool van Dijkstra. Mede door het gebruik van een doodgewone, automatische kleinbeeldcamera hebben haar foto's een intiem en bijna snapshotachtig karakter. Bijzonder is dat A Hundred Summers a Hundred Winters een tweede druk beleefde, iets uitzonderlijks voor een Nederlands fotoboek.
internationale bekendheid
De bekendste Nederlandse documentaire fotograaf is ongetwijfeld Ed van der Elsken die begin jaren vijftig in Parijs woonde en werkte. Van zijn eerste fotoboek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés verschenen in 1956 Nederlands-, Duits- en Engelstalige edities, waardoor hij direct internationale bekendheid kreeg. Toen hij in 1997 door curator Catherine David werd geselecteerd voor de Documenta kreeg zijn internationale reputatie postuum nieuwe impulsen.
Deel 2 van dit webessay volgt in maart 2009.
Februari 2009
Flip Bool is Senior Onderzoek en Collecties van het Nederlands Fotomuseum en lector Fotografie aan AKV | St. Joost van Avans Hogeschool. Jos Schuring is freelance journalist en werkt onder meer voor Het Financieele Dagblad, Haarlems Dagblad, SICA Mag, Kracht van Cultuur en Heaven Popmagazine. Dit webessay is een bewerking voor het web van de Nederlandse tekst van het artikel dat in SICA Mag, Summer 2008 verscheen.
Meer over de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA) ....
|