Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

Een kort maar krachtig succes


       NEDERLANDS FOTOMUSEUM
       BEDANKT:
sponsorenfilmpje.gif

Terug naar dossier

Autochromes zijn relatief zeldzaam: het zijn unicaten, glas is kwetsbaar, de kleuren zijn soms flink teruggelopen en door een aantal nadelen (zoals de veel langere belichtingstijd en de hogere kosten) heeft het procédé, ondanks alle enthousiasme, altijd een veel kleiner marktaandeel gehad dan gewone zwart-witfotografie.

UPL001503449
F.J. Nusink | Man met snor op zonnestoel in tuin (z.j.)



zoveel beter
Hoe bescheiden het marktaandeel van autochromes ook was, ze domineerde wel de kleurenfotografie. Na 1907 zijn er veel concurrenten op de markt verschenen, maar die hebben nooit dezelfde populariteit gekend. Het is moeilijk vast te stellen wat daarvan de reden was: waren autochromes zoveel beter of waren de fabrikanten veel meer dan hun concurrenten bedreven in public relations? Tot de belangrijkste concurrenten behoorden Paget (1913) en Agfa Color (1916). De laatste had een raster dat erg lijkt op dat van autochromes, zodat het lastig is ze van elkaar te onderscheiden. Beter of niet: autochrome bleef veruit de bekendste kleurentechniek en was de standaard waaraan anderen werden afgemeten.

UPL001503451
F.J. Nusink | Portret met zonnebloemen (1920-1935)

stilletjes
Autochromes zijn tot 1932 of 1935 geproduceerd. De fabrikanten waren in 1929 begonnen met een variant, Filmcolor, waarbij de drager niet meer van glas was, maar van nitrocellulose. Filmcolor, dat tot 1954 geleverd werd, verschilde verder niet van autochromes: het raster was hetzelfde, de lichtgevoeligheid was nog altijd zestig keer lager, ze werden nog steeds per vier stuks geleverd. Over Filmcolor is, om welke reden dan ook, weinig geschreven, niet in de tijd zelf en ook niet in de latere literatuur. Filmcolor verscheen bijna net zo stilletjes als autochrome verdween.

opmars
De stilte rondom Filmcolor zal mede verklaard kunnen worden door de bijna gelijktijdige introductie, medio jaren ’30, van een nieuwe generatie kleurenfilms, Kodachrome en Agfa Color Neu. Deze hadden geen raster zodat de scherpte en lichtgevoeligheid veel hoger konden zijn. De Tweede Wereldoorlog vertraagde de opgang van deze twee nieuwe films weliswaar, maar daarna begonnen zij aan een onverbiddelijke opmars, zeker nadat zij als kleinbeeldrolfilm geleverd werden. Hun werking berustte overigens op de subtractieve methode. Zij zetten een nieuwe standaard en waren veel gemakkelijker in gebruik. De kleurenfotografie kende een nieuwe start: het enthousiasme was even groot als in 1907 bij de introductie van autochrome.

uitgesloten
Waarschijnlijk worden alle historische fotografische procédé’s, die ooit zijn ingehaald door de tijd, nog altijd wel op kleine schaal beoefend door liefhebbers, zoals de cyanotypie, gomdruk, heliogravure en zoutdruk. Het is echter uitgesloten om nu nog autochromes te maken: het produceren van de platen is domweg te ingewikkeld. Er is te veel specialistische kennis en apparatuur voor nodig. Er is maar één manier om nog (nep-)autochromes te maken, namelijk de aanschaf van de software die op de markt gebracht wordt onder de naam Autochrome Color Process Effect. Die zorgt ervoor dat een gewone (digitale) foto voorzien wordt van een raster van kleine gekleurde korrels.

Terug naar dossier

 
< Vorige   Volgende >
Zie ook...