Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

Belangrijke stappen

70s

Terug naar dossier

Vóór 1907 strandden alle pogingen om kleurenfoto’s te maken: ze waren te ingewikkeld om praktisch toepasbaar te zijn of rendabel geproduceerd te kunnen worden of ze voldeden gewoonweg niet. Het is ondoenlijk om deze voorgeschiedenis hier volledig weer te geven, maar vier namen dienen genoemd te worden: Thomas Young, James Clerk Maxwell, Louis Ducos du Hauron en Hermann Wilhelm Vogel.

alleen gevoelig
Het principe van de additieve kleurenfotografie berust op de mogelijkheid om met behulp van drie kleuren alle andere te kunnen samenstellen. Dit was anno 1907 al een eeuw bekend. De Engelse wetenschapper Thomas Young (1773-1829) publiceerde namelijk in 1802 zijn veronderstelling dat het menselijk oog alleen gevoelig is voor rood, groen en blauw licht. Aangezien uit die drie primaire kleuren alle andere ontstaan, kunnen we ook andere kleuren waarnemen. Youngs veronderstelling werd uitgebreid door de Duitse natuurkundige Hermann von Helmholtz (1821-1894) en staat tegenwoordig bekend als de Young-Helmholtz-theorie.

over elkaar heen
De eerste kleurenfoto werd in 1861 gemaakt door de Schotse wis- en natuurkundige James Clerk Maxwell (1831-1879). Tijdens een lezing projecteerde hij drie deelopnamen die hij met behulp van een rood, groen en blauw filter had laten maken van een stuk stof met een Schotse ruit. Deze drie beelden waren rood, groen respectievelijk blauw van kleur. Door ze vervolgens met dezelfde filters over elkaar heen te projecteren, werd een afbeelding gevormd waarin de oorspronkelijke kleuren van de stof weer zichtbaar waren. Maxwell toonde daarmee aan dat met behulp van drie deelopnamen, die ieder maar een deel van het spectrum vastlegden, alle andere zichtbare kleuren ook konden worden weergegeven.

misverstand
Met deze demonstratie stond Maxwell aan de wieg van de additieve kleurenprocédé’s, waarvan autochrome er een is. De kleurweergave was gebrekkig, maar voor een wetenschapper als Maxwell zal het aantonen van het principe belangrijker zijn geweest. Zijn methode was verre van praktisch: het was een tijdelijke projectie, geen foto die je in de hand kon houden, en er waren drie projectoren voor nodig. Bovendien bleek later dat Maxwells demonstratie op een misverstand berustte: de drie opnamen waren niet gevoelig voor blauw, rood en groen, maar voor blauw en het voor de mens niet zichtbare ultraviolet. Door bij de projectie van de beelden het licht door een blauw, groen en rood filter te laten vallen, zal de indruk van een correcte kleurweergave gewekt zijn.

James Clerk Maxwell
Onbekende maker | James Clerk Maxwell




doorgelaten
De Fransman Louis Ducos du Hauron (1837-1920) zorgde voor een belangrijke stap voorwaarts: hij beschreef in 1869 het idee om een raster te gebruiken. Dat bestond uit dunne lijnen in de kleuren rood, geel (of een groenachtig geel) en blauw en werd bij de opname vóór de fotografische plaat gehouden. Zo werd het invallende licht tegengehouden of juist doorgelaten: gekleurde filters hebben de eigenschap alleen licht van de eigen kleur door te laten. De achter het raster liggende plaat wordt daardoor alleen door bepaalde delen van het licht belicht. In tegenstelling tot Maxwells methode was één opname genoeg.

nauwelijks aandacht
Hoe belangrijk het idee van het raster ook was – veel van de latere kleurenprocédé’s maakten er gebruik van –, het duurde na 1869 ruim twee decennia voordat dat doordrong. De belangrijkste oorzaak is misschien dat het boekje dat Ducos du Hauron in 1869 publiceerde en maar 57 pagina’s telde nauwelijks aandacht heeft getrokken. Een andere oorzaak zou kunnen zijn dat de fotografische platen in die tijd nog niet voor alle kleuren in gelijke mate gevoelig waren, terwijl dat voor een correcte kleurweergave wel nodig was. Emulsies waren alleen gevoelig voor blauw licht, niet voor groen en rood licht. Daardoor kon er geen sprake zijn van een kleurenbeeld dat ontstond door de menging van blauw, groen en rood.

vogel.jpg
Onbekende maker | Hermann Wilhelm Vogel





oplossing
De Duitse scheikundige Hermann Wilhelm Vogel (1834-1898) is degene die het meeste heeft bijgedragen aan de oplossing van het zojuist genoemde probleem van de onvolledige kleurgevoeligheid van zwart-witplaten. Hij ontdekte in 1873 een verfstof waarmee fotografische platen ook gevoelig gemaakt konden worden voor groen. Twee jaar later ontdekte hij een verfstof die platen voor oranje gevoelig maakten. Kort na Vogels overlijden konden emulsies ook voor rood gevoelig gemaakt worden. Deze platen werden panchromatisch genoemd en werden vanaf 1906 geproduceerd. Een jaar later verscheen de autochrome op de markt.

Terug naar dossier

 
< Vorige   Volgende >