|
Terug naar dossier
Al in 1844, vijf jaar na de introductie van de fotografie,
ontwierp Friedrich von Martens de eerste panoramacamera. Een jaar later
verscheen deze onder de naam Megaskop op de markt. De Megaskop maakte opnamen
op speciale daguerreotypieplaten van 12x38 cm. De lens bewoog tijdens de
belichting en maakte daarbij een hoek van ongeveer 150 graden. De
daguerreotypieplaten waren gebogen, zodat de afstand van lens tot plaat tijdens
de hele belichting gelijk bleef. Anders zou ofwel alleen het middendeel ofwel
alleen de beide uiteinden scherp worden.
vloeiende beweging
Het principe van een draaiende lens en een niet-bewegende
plaat – zoals in de Megaskop – is vaker gebruikt. Kort daarna volgden andere
panoramacamera’s van dit type, die echter meestal voorzien werden van
glasnegatieven of rolfilm. Die laatste had als voordeel veel gemakkelijker
tegen een gekromde aandrukplaat gelegd te kunnen worden. Het negatief werd deel
voor deel belicht, zodat het zaak was dat de lens een vloeiende beweging
maakte.
volledige cirkel
Camera’s waarvan alleen de lens bewoog konden slechts een
beperkte boog beschrijven: hoogstens een halve cirkel. Bij een andere type
panoramacamera draaide de camerabehuizing om haar as. Hierdoor was het mogelijk
een veel grotere beeldhoek of zelfs een volledige cirkel van 360 graden te
bestrijken. De plaat of film schoof tijdens de belichting langs het lensvlak en
werd dus deel voor deel belicht. Het principe werd in 1857 bedacht door
Félix-Napoléon Garella. Dit type camera had een uurwerkmechanisme nodig om de
gelijktijdige beweging van camera en plaat of film te synchroniseren.
cultstatus
Het door Garella bedachte principe om de camera te laten
bewegen is door veel anderen nagevolgd en verbeterd. De bekendste camera van
dit type is de Amerikaanse Cirkut, waarvan het eerste model in 1904 werd
geïntroduceerd en het laatste exemplaar in 1941 werd vervaardigd. Er zijn nog
steeds verschillende exemplaren in gebruik en de camera lijkt een soort
cultstatus te hebben bereikt. Er zijn verschillende modellen uitgebracht voor
verschillende formaten rolfilm, van 5 tot 16 inches. De Cirkut No.
10 werd het langste geproduceerd. Door het grote opnameformaat zijn
Cirkut-negatieven lastig te hanteren en relatief duur.
Hans Bol | Koffer met onderdelen Cirkutcamera, het statief
pizza run
Cirkuts zijn vaak gebruikt voor het maken van grote
groepsportretten. De betrekkelijke traagheid waarmee de camera draaide, maakte
het mogelijk dat een persoon twee keer in beeld verscheen door eerst aan de ene
zijde van de groep te gaan staan, daarna achter de groep om naar de andere kant
te lopen en zich opnieuw op te stellen. Deze truc wordt ‘pizza run’ genoemd,
waarschijnlijk omdat de groep in een halve cirkel wordt opgesteld, zodat iedere
persoon dezelfde afstand tot de camera heeft. De groep personen en de camera
vormen dan, van bovenaf gezien, een pizzapunt.
Hans Bol | Koffer met onderdelen Cirkutcamera, 'wiel' waar de camera op draait
in z’n geheel
Er zijn ook panoramacamera’s waarbij niets beweegt behalve
de sluiter. De fotograaf maakt de opname in één keer in z’n geheel. Het
voornaamste verschil met een gewone camera zit in de grote beeldhoek van het
objectief. Strikt genomen gaat hier slechts om breedbeeldcamera’s: de
beeldhoek is die van een (super)groothoek. Voordeel ten opzichte van echte
panoramacamera’s is dat er ook bewegende onderwerpen uit de hand mee kunnen
worden gefotografeerd. De eerste camera van dit type is door Thomas Sutton
gemaakt in 1859.
tijdens diners
Een bijzondere breedbeeldcamera is de Banquet Camera die tussen 1913 en
1926 werd gebouwd. Ze werd vooral gebruikt – de naam zegt het al – om grote
gezelschappen tijdens diners te fotograferen. Het lenspaneel kan gemakkelijk
omlaag gekanteld worden om voldoende scherptediepte te krijgen. Net als van de
Cirkut schijnen hiervan nog steeds exemplaren in gebruik te zijn. Toeval of
niet, maar de Banquet en Cirkut zijn ooit door dezelfde fabrikant gebouwd:
Folmer & Schwing.
Terug naar dossier |