|
Terug naar dossier
Het op de juiste manier hanteren van fotografisch materiaal wordt hier als laatste genoemd, maar is zeker niet het minst belangrijk. Aanvankelijk zal het enige aandacht vergen om alle aanbevelingen voor behandeling van het materiaal in de gaten te houden, maar na enige tijd worden ze vanzelfsprekend. Hieronder een aantal alfabetisch geordende, korte richtlijnen.
bladwijzers
Leg geen briefjes of papiertjes zoals bladwijzers van oude prints of kopieën tussen fotoalbums of fotomateriaal. De schrijf- en drukinkt wordt opgenomen door de emulsielaag van de foto en het papier geeft schadelijke stoffen af. Als het strikt noodzakelijk is kunnen bladwijzers, gemaakt van fotoverpakkingspapier, beschreven worden met grafietpotlood.
boekensteun
Een fotoalbum altijd worden geraadpleegd in een v-vormige boekensteun.
handschoenen
Raak nooit fotografisch materiaal aan met ontblote handen. Gebruik schone katoenen handschoenen en raadpleeg er uitsluitend fotografisch materiaal mee. Gebruik geen handschoenen die rubber bevatten of katoenen handschoenen met nopjes. Handschoenen van ongepoederde nitril kunnen een oplossing bieden in gevallen waar katoenen handschoenen niet wenselijk zijn. Alleen in lastige gevallen, bijvoorbeeld waarbij een negatief vastzit in een oude verpakking, mag het negatief zonder handschoenen aan de randjes worden vastgepakt, tussen duim en middelvinger en van bovenaf.
Gebruik schone, witte, katoenen handschoenen
knippen
Alles op rolfilm kan het best in stroken worden bewaard. Op een rolletje kan eventueel ook. Knip film nooit onnodig door en bewaar het in stroken op de maximale lengte, zoveel mogelijk passend in de insteekhoezen die eventueel gebruikt worden.
krom of bobbelig
Leg nooit zware objecten op foto’s om ze vlak te maken. Bij minder kostbare foto’s is het beter om ze vlak in een fotodoos in het depot te bergen tussen een klein aantal foto’s. Bij kostbare foto’s moet een fotorestaurator ingeschakeld worden om de foto weer vlak te maken.
lichtbak en scanner
Leg negatieven altijd met de emulsiekant naar boven op een lichtbak zodat krassen worden voorkomen. Dit geldt voor alle negatieven. Glasnegatieven kunnen voor extra bescherming op de fourflap op de lichtbak worden gelegd. Dat is een uitzondering op de regel aangezien de emulsiekant in fourflaps altijd onder ligt. Laat fotografisch materiaal niet onnodig lang op of in de scanner liggen. Op scanners mogen glasnegatieven wel met de beeldzijde naar beneden liggen, anders kan de scanner niet optimaal scherpstellen. Vermeld bij glasnegatieven op de fourflap wanneer de emulsie loslaat of beschadigd is. Scanner en lichtbak zijn voor deze negatieven geen optie.
lijm
Hoewel sommige leveranciers anders beweren: veilige fotolijm bestaat niet. Lijm losliggende foto’s dus nooit vast, maar zet ze vast met fotohoekjes of fotobevestigingsstrips van polyester. Bedenk dat lijm ook voorkomt op plakband, etiketten, zelfklevende notitieblaadjes (Post-its) en enveloppen. Die mogen ook niet in aanraking komen met fotografisch materiaal.
Verschillende soorten fotohoekjes
metaal en hout
Verwijder waar mogelijk metaal en hout. Eventuele oxidatie van metaal en de gassen die uit hout vrijkomen hebben destructieve gevolgen voor fotografisch materiaal. Als stukken door de verwijdering van nietjes of paperclips los van elkaar raken dan kan in een beschrijving worden vermeld dat de stukken oorspronkelijk aan de foto bevestigd zaten.
opgerold
Albuminedrukken, afgedrukt op heel dun papier, kunnen makkelijk uit zichzelf oprollen. Rol ze nooit zelf uit, want dan kraakt de emulsie onherstelbaar. Alleen een deskundige kan ze weer vlak maken.
opschriften
Schrijf bij voorkeur niet op foto’s. Wanneer het toch nodig is om een identificatienummer op de achterzijde van de foto of op een verpakking te noteren, doe dit dan alleen met een middelhard grafietpotlood (HB). Zachtere potloden kunnen teveel grafiet afgeven. Gebruik nooit pennen, viltstiften, stempels, kleurpotloden of correctievloeistof. Verpakkingen moeten altijd beschreven worden voordat het fotografisch materiaal erin wordt gestopt.
opzetkarton
Trek foto’s nooit zomaar los van hun opzetkarton of bladzijde, ook niet als ze geplakt zijn op schadelijk papier of karton. Vraag advies aan een deskundige wanneer de lijm of de invloed van de lijm moet worden behandeld. Zet deels losliggende foto’s weer vast met polyester fotohoekjes of fotobevestigingsstrips.
reinigen
Wanneer fotografisch materiaal gereinigd wordt, moet dat altijd gebeuren voordat het opnieuw verpakt wordt. Afstoffen van de emulsie kan worden gedaan met een zacht penseel of borstel van eekhoorn of marterhaar. Het is onverstandig om zonder voorkennis of advies materiaal te gaan reinigen. Fotorestauratoren kunnen bij een instelling langskomen en collectie- of archiefmedewerkers leren hoe er gereinigd moet worden.
rubber
Gumresten mogen niet tussen het fotomateriaal komen. Bepaalde gummen bevatten minder schadelijke stoffen (Staedtler Mars Plastic Eraser en de Sanford Magic Rub Eraser). Elastiekjes gaan verkleven en moeten verwijderd worden.
schimmel
Fotografisch materiaal met schimmel moeten in quarantaine worden geplaatst. Win het advies in van een deskundige om deze problemen in de toekomst te kunnen voorkomen.
statisch
Kunststof is erg statisch en trekt stof aan. Veel negatieven zijn ervan gemaakt. Daarom is het belangrijk dat dit materiaal zoveel mogelijk verpakt blijft in afgesloten dozen. Dit is ook van toepassing op insteekvellen.
transparante verpakking
Wanneer fotografisch materiaal in transparante verpakking wordt bewaard dan kan deze het best worden bekeken zonder het materiaal uit de verpakking te halen.
vervoer binnen instelling
Gebruik altijd twee handen om fotografisch materiaal vast te houden. Leg broos en kwetsbaar fotografisch materiaal in een transportdoos of bak om het horizontaal te vervoeren. Gebruik bij grote hoeveelheden een karretje.
zachte doek
Als glasnegatieven uit hun verpakking worden gehaald moeten ze op een zachte, ongeverfde en pluisvrije doek worden gelegd. Gebruik nooit wol in de omgeving van fotomateriaal, het bevat zwavel wat schadelijk is voor foto’s.
Tabel 3: Schadelijke stoffen en de materialen waarin ze voorkomen
|
Welke stoffen en materialen zijn de meest voorkomende bedreigingen van fotografische objecten?
|
Waarin of waarop komt dit meestal voor?
|
|
Azijnzuur
|
Acetaatfilm in verval
|
|
Bepaalde lijmen en harsen
|
Plakband, enveloppen, zelfklevende notitieblaadjes, rubbercement, etiketten, stickers en calqueerpapier
|
|
Dampen van oplosmiddelen
|
Gekleurd papier, inkt, toner, verf
|
|
Etens- en drankresten
|
Broodtrommel, drinkbeker,etc.
|
|
Licht (UV-straling)
|
Zon, kunstmatige verlichting
|
|
Lignine, chloorlignine
|
Papier en karton op houtbasis (gebleekt)
|
|
Metaaloxides, roest
|
Paperclips, nietjes
|
|
Nitreuze dampen
|
Nitraatfilm in verval
|
|
Ozon
|
Kopieerapparaten en elektrostatische printers
|
|
Rubber
|
Sommige handschoenen, elastiekjes, vlakgum, kneedgum
|
|
Schadelijke gassen of dampen
|
Omgevingslucht, transpiratievocht, verouderde archiefstukken, bepaalde inkten, verven en lakken, verlijmd hout zoals MDF en hardboard.
|
|
Schimmels
|
Gevolg van te vochtige omgeving
|
|
Statische materialen
|
Kunststof verpakkingen
|
|
Vetten en organisch materiaal
|
Op vingers, in dierlijke afvalstoffen
|
|
Vocht
|
Omgevingslucht, aan- en afvoerleidingen, hemelwater, rivieren, grondwater, opstijgend vocht in muren.
|
|
Weekmakers
|
Sommige kunststof verpakkingen, vlakgum, plakband, hoezen, multomappen en ordners. Weekmakers zitten altijd in producten die poly-vinyl-chloride (PVC) bevatten.
|
|
Zwavel of zwavelverbindingen
|
Wol, resten van fixeer.
|
Terug naar dossier |