|
Terug naar dossier
Vanwege tentoonstellingen, transport of werkzaamheden zoals registratie en digitalisering wordt fotografie tijdelijk uit zijn vaste opslagplaats gehaald. Het is belangrijk dat ook dan een verantwoorde omgeving voor het fotografisch materiaal wordt gekozen.
werken in depots
Een depot is geen werkplek. Aanwezigheid van mensen in een depot zorgt voor schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Centraliseer de taken die aanwezigheid in het depot vereisen zoveel mogelijk bij één medewerker, liefst een speciaal daarvoor aangenomen depotbeheerder. Plan de werkzaamheden voor deze medewerker zo efficiënt mogelijk, daarmee wordt niet alleen het fotografisch materiaal ontzien, maar ook de gezondheid van de medewerker.
temperatuursveranderingen
Bij het verplaatsen van fotografisch materiaal naar een omgeving met een andere temperatuur moet het materiaal acclimatiseren. Het risico van schade door het te snel krimpen, uitzetten of door condensvorming is anders te groot. Als vuistregel kan gesteld worden dat het per verhoogde of verlaagde graad Celsius twee uur duurt voordat het materiaal zich heeft aangepast aan de verandering. Acclimatiseer dus in stappen waardoor het proces geleidelijk verloopt en er geen schade kan optreden.
acclimatiseringsplan
In het algemeen geldt dat een klein object minder lang hoeft te acclimatiseren dan een doos vol materiaal. Voor een enkel negatief of een enkel vel negatieven volstaan enkele uren. Bij instellingen die gebruik maken van gespecialiseerde opslagruimtes met elk een eigen omgevingsconditie kan een deskundige helpen met het opstellen van een preciezer acclimatiseringsplan.
zomermaanden
Probeer inventarisatie van fotoarchieven en registratie van fotografisch materiaal zoveel mogelijk buiten de warme zomermaanden te plannen wanneer temperatuur en luchtvochtigheid niet kunnen worden aangepast in de werkruimte.
blootstelling
Plan de raadpleging van foto’s zo dat ze zo kort mogelijk buiten het depot zijn. Haal geen foto’s uit het depot wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de documenten die bij de foto’s horen. Haal, wanneer mogelijk, alleen het materiaal dat geraadpleegd moet worden uit het depot. Probeer een werktraject te maken.
ondergrond
Werk altijd op een schone en droge ondergrond. Neem de ruimte. Reinig het werkvlak aan het eind van de werkdag met water en eventueel een klein beetje neutrale zeep. Droog het daarna goed af.
consumpties
Eet en drink nooit in de buurt van fotomateriaal en neem het ook niet mee op de werkplek of in het depot.
werkonderbreking
Dek fotografisch materiaal altijd lichtdicht af bij een werkonderbreking. Plaats het terug in het depot als het voor langere tijd niet wordt geraadpleegd. Zet een lichtbak altijd direct uit wanneer deze niet meer gebruikt wordt.
klussen
Werk nooit met fotomateriaal in ruimtes waar geklust wordt. Sluit deuren en ramen wanneer in aangrenzende ruimtes geklust wordt. Gassen die vrijkomen van pasgeverfde oppervlakken zijn zeer schadelijk voor fotografie. Gebruik verf op waterbasis. De verf moet stofdroog zijn en de ruimte moet voldoende geventileerd zijn voordat er fotografisch materiaal in mag worden toegelaten. Verf op basis van oplosmiddelen moet enkele maanden uitharden voordat de ruimte geschikt is voor het materiaal. Ook MDF, hardboard, spaanplaat, laminaat en pas geboende vloeren scheiden lange tijd gassen uit die schadelijk zijn voor fotomateriaal.
tentoonstellen
Fotografisch materiaal moet zo min mogelijk worden blootgesteld aan UV-straling. UV komt voor in daglicht. De hoeveelheid licht die fotografie kan verdragen is erg laag en verschilt ook nog eens per fotografisch procédé. Dit heeft ook consequenties voor de duur van de tentoonstelling. Origineel fotografisch materiaal kan nooit permanent worden tentoongesteld. Voor dit doel kunnen speciale tentoonstellingsdrukken worden gemaakt.
vitrines en lijsten
Wat voor materiaalgebruik in werkruimtes geldt, is ook op vitrines en lijsten van toepassing. Plaats foto’s bij het inlijsten nooit direct tegen het glas. Gebruik voor het passe-partout ongebufferd museumkarton of ragboard. Bevestig de foto altijd op een achterblad of opzetkarton. Zet hem niet vast op het passe-partout. De achterwanden van lijsten zijn vaak van schadelijke materialen gemaakt. Het plaatsen van een vel gebufferd papier aan de binnenzijde van deze achterwand vertraagt het doordringen van schadelijke stoffen. Bij hardboard achterwanden is een vel polyesterfolie beter.
gezondheid
Wie lang achter elkaar met fotografisch materiaal werkt en duidelijk de geur van chemicaliën waarneemt, doet er verstandig aan om af en toe de frisse lucht op te zoeken. Meld het altijd aan een leidinggevende als de werkomstandigheden voor gezondheidsklachten zorgen. Deze moet een andere of aangepaste werkplek mogelijk maken.
conditieregistratie
Het is verstandig per object schade, verval en vermissing op een gemakkelijk raadpleegbare plaats te registreren. Wanneer mogelijk kan deze informatie worden opgenomen in een geautomatiseerd collectieregistratiesysteem. In andere gevallen is het verstandig om standaardformulieren op te stellen die na het invullen op een centrale plek bewaard worden.
Terug naar dossier |