|
Terug naar dossier
Wat voor het ene materiaal goed is heeft niet automatisch een positieve invloed op het andere materiaal. Dat geldt ook voor de omgeving waarin fotografisch materiaal bewaard wordt. De optimale combinatie van temperatuur, luchtvochtigheid en luchtkwaliteit verschilt per materiaal. Een kleurendia bevat bijvoorbeeld andere materialen dan een glasnegatief en een daguerreotypie is weer anders van samenstelling. Gelukkig is er binnen de fotografische materialen een aantal hoofdgroepen te onderscheiden waarvan de meest optimale omgevingsfactoren vergelijkbaar zijn. Dat houdt de conservering van deze materialen werkbaar. In de onderstaande tabel zijn de fotografische materialen gegroepeerd naar aanbevolen omgevingsomstandigheden.
Tabel 2: Richtwaarden voor temperatuur en luchtvochtigheid van de bewaaromgeving van fotografisch materiaal.
Soort fotografisch materiaal
|
Temperatuur
|
Relatieve luchtvochtigheid
|
Kleurnegatieven en -positieven op transparante dragers
|
3°C ± 0,5°C
|
33% ± 3%
|
Kleurpositieven op papieren dragers
|
3°C ± 0,5°C
|
45% ± 5%
|
Optische beelddragers, Cd-roms en dvd’s
|
5-10°C ± 0,5°C
|
35% ± 5%
|
Z/W negatieven en positieven op transparante dragers, inclusief papiernegatieven
|
13°C ± 0,5°C
|
33% ± 3%
|
Optische beelddragers, harde schijven
|
13°C ± 0,5°C
|
35% ± 5%
|
Photogenic drawing
|
13°C ± 0,5°C
|
45% ± 5%
|
Monochrome positieven op papieren dragers
|
18°C ± 0,5°C
|
45% ± 5%
|
Objecten zoals daguerreotypieën, ambrotypieën, ferrotypieën
|
18°C ± 0,5°C
|
45% ± 5%
|
Fotoalbums
|
18°C ± 0,5°C
|
45% ± 5%
|
Het is in alle gevallen zo dat de omgeving zo stabiel mogelijk moet zijn: veranderingen in temperatuur en vochtigheid houdt u het liefst zo klein mogelijk. Een luchtvochtigheid van meer dan 50% RH is altijd schadelijk, bij elk type fotografisch materiaal.
relatieve luchtvochtigheid
Lucht bevat vocht. De relatieve vochtigheid is de verhouding tussen de hoeveelheid vocht in de lucht en de maximale hoeveelheid vocht die de lucht op dat moment kan bevatten. Hierbij wordt uitgegaan van eenzelfde temperatuur en luchtdruk. Deze laatste factor blijft in deze richtlijnen buiten beschouwing omdat hij voor de situatie in depots doorgaans nauwelijks van invloed is. Relatieve luchtdruk wordt in procenten uitgedrukt. De maximale hoeveelheid vocht die de lucht kan bevatten is 100%. Daarna treedt condensatie op omdat de lucht oververzadigd is. Dit wordt het dauwpunt genoemd. Een hoge relatieve luchtvochtigheid is een gevaar voor fotografisch materiaal. Schimmelgroei en processen van verval versnellen bij dergelijke omstandigheden.
onlosmakelijk verbonden
Lucht kan dus een beperkte hoeveelheid vocht bevatten, maar die hoeveelheid hangt af van de temperatuur. Warme lucht kan meer vocht opnemen voordat de lucht verzadigd raakt. Als de hoeveelheid vocht in de lucht gelijk blijft en de temperatuur stijgt, daalt de relatieve luchtvochtigheid. Koelt de lucht af, dan stijgt de relatieve luchtvochtigheid. Luchtvochtigheid en temperatuur zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. In dit digitale dossier Het bewaren van fotografie is een verwijzing naar de website van het Image Permanence Institute opgenomen. Op deze website is de warm aanbevolen IPI DewPoint Calculator opgenomen waarmee de resultaten van veranderingen van de afzonderlijke omgevingsfactoren kunnen worden bekeken.
schommelingen
Al het fotografisch materiaal is gebaat bij stabiliteit van temperatuur en luchtvochtigheid. Schommelingen in deze omgevingsfactoren zorgen voor het verdampen en opnemen van vocht, maar ook voor het uitzetten en krimpen van verschillende materialen. Omdat fotografisch materiaal uit meerdere lagen is samengesteld kan hierdoor bijvoorbeeld de emulsielaag los gaan zitten, het papier gaan omkrullen of kunnen er breuken ontstaan.
Delaminatie van een glasnegatief | Collectie Nederlands Fotomuseum
luchtkwaliteit
Luchtverontreiniging wordt niet alleen veroorzaakt door uitlaatgassen en zware industrie. De lucht in gebouwen kan ook verontreinigd raken door rondzwevende sporen, stof en schimmels. Daarnaast kunnen er schadelijke gassen komen uit verf, onderhoudsproducten, fotoverpakkingen en het fotomateriaal zelf. Kopieerapparaten stoten ozon uit. Kritisch blijven ruiken en bij twijfel een deskundige inschakelen is belangrijk. Maak wanneer mogelijk gebruik van luchtzuiveringssystemen.
schoonmaken
Depots en opslagruimtes moeten regelmatig worden schoongemaakt. Als een depot over een goede luchtzuiveringsinstallatie beschikt zal er relatief weinig stof rondgeblazen worden en zal een jaarlijkse schoonmaakbeurt voldoende zijn. Beschikt een instelling niet over zo’n installatie, zal er regelmatiger moeten worden schoongemaakt. Gebruik reinigingsmiddelen die pH-neutraal en parfumvrij zijn, maar wel met mate. Bij vochtig reinigen mag het depot niet te nat worden, anders schiet het percentage relatieve luchtvochtigheid omhoog. Er bestaan bedrijven die gespecialiseerd zijn in depotreiniging.
leidingen
Kies bij het inplannen van depots altijd voor ruimtes waar geen aan- en afvoerleidingen van elektriciteit, water, verwarming of riool lopen.
flora en fauna
Dieren mogen niet in depots of opslagruimtes komen. Ze kunnen ongedierte meebrengen of hun behoefte achterlaten. Ook planten kunnen ongedierte of schimmel meebrengen en mogen dus niet in een depot staan. Ongedierte kan ook beperkt worden door voor een depot een ruimte te kiezen zonder ramen of andere openingen. Houdt deuren zoveel mogelijk gesloten.
transportkisten
Ter bevordering van acclimatisering bestaan aangepaste transportkisten en -dozen. Vooral voor transport over langere afstanden en reizen per vliegtuig zijn deze aanbevolen. Laadruimtes van vliegtuigen kunnen erg koud worden.
Terug naar dossier |