Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

0. Inleiding op deze richtlijnen


       NEDERLANDS FOTOMUSEUM
       BEDANKT:
sponsorenfilmpje.gif

Terug naar dossier

Conservering van fotografisch materiaal levert winst op. Door een aantal aanpassingen in de omgang met fotografische materialen kunnen decennia worden toegevoegd aan de levensduur. In de gewonnen tijd kan onderzoek naar de foto of het gefotografeerde worden gedaan. Bovendien krijgt de wetenschap in de tussentijd de kans om nieuwe conserverings- en restauratietechnieken te ontwikkelen die de levensduur verder kunnen verlengen. Foto’s, diapositieven en negatieven behoren in de meeste musea en archieven tot de kwetsbaarste materialen.

levensduur
Het loont de moeite om goed te zorgen voor een fotocollectie die bewaard wordt in een depot dat niet speciaal voor fotografisch materiaal is ingericht. In deze instructie reikt het Nederlands Fotomuseum richtlijnen aan waarmee medewerkers van fotocollecties kunnen bijdragen aan een zo lang mogelijke levensduur van een fotocollectie. Uitgaande van fototechniek kan fotografie in twee hoofdgroepen worden verdeeld: de analoge en de digitale fotografie.

digitaal beeld
Digitale fotografie is een vorm van fotografie waarbij lichtgevoelige cellen (receptoren) een beeld registreren en als digitaal bestand opslaan op een drager. Zowel de vorm van de drager als de manier van opslaan (bestandsformaat) kunnen verschillen. Een digitaal beeld is te bekijken op een beeldscherm en te versturen via e-mail of soortgelijke netwerken. De meest gebruikte opslagmedia op dit moment zijn cd-roms, dvd’s en harde schijven. Beheerders van fotocollecties realiseren zich vaak niet dat ook voor het beheer en behoud van digitaal beeld veel tijd en geld moet worden vrijgemaakt. Wanneer een analoge collectie wordt gedigitaliseerd verdubbelt de zorg. Zowel de oorspronkelijke collectie als haar digitale variant moeten worden beheerd en geconserveerd.

digitale levensduur
De levensduur van digitaal beeld wordt vooral bepaald door de kwaliteit en bewaaromstandigheden van de drager waarop het beeld is opgeslagen. Daarnaast is de manier waarop de informatie wordt gebrand en geüpgraded van invloed. Bij upgraden wordt de informatie herschreven waarbij kleine aanpassingen plaatsvinden. De opeenstapeling van aanpassingen kan leiden tot beeldverlies of -vervorming. Ook de archivering van de apparatuur waarmee het bestand kan worden gelezen en het behoud van het format waarin de informatie is weggeschreven is belangrijk. Als een digitaal bestand wordt opgeslagen, maar de leesapparatuur gaat verloren, dan ‘bestaat’ het bestand in feite niet meer.
Dat is ook het geval als programmatuur die het bestandstype kan herkennen niet meer in omloop is.

digitale duurzaamheid
Beeldbestanden op cd-rom en dvd (optische beelddragers) moeten regelmatig worden overgezet op nieuwe schijven omdat de informatie door ‘cd-rot’, blootstelling aan licht en/of magnetische velden binnen enkele jaren verloren kan gaan bij de op dit moment beschikbare beelddragers. Van de optische beelddragers moet bij aankoop bekend zijn om de hoeveel maanden of jaren de gegevens moeten worden overgezet. Een fabrikant die hierover uitspraken durft te doen is doorgaans betrouwbaarder.

duurzame gegevens
De duurzaamheid en kwaliteit van digitale gegevens zijn het resultaat van een goede combinatie tussen het brandprogramma en een optische beelddrager. Om duurzaamheid van gegevens te optimaliseren is het belangrijk om uitvoerig uit te testen welk merk en type beelddrager het best past bij het gebruikte brandprogramma. Gegevens kunnen telkens het best op hetzelfde soort beelddrager worden overgezet. De mogelijkheid bestaat om met speciale software de fabrikant en kwaliteit van de beelddrager te achterhalen. Maak altijd een back-up en een reserve back-up en  bewaar deze elk op een andere plaats dan de gebruiksversie.

analoog beeld
De analoge fotografie bestaat sinds 1839. Grofweg kan worden gesteld dat een analoog fotografisch object bestaat uit een drager met daarop een emulsie. Daguerreotypiën en zoutdrukken zijn een uitzondering. Op papier, maar ook op glas, metaal, kunststof, hout, textiel en keramiek kan een lichtgevoelige laag worden aangebracht. De emulsie bestaat uit lichtgevoelig materiaal en bindmiddel. Het bindmiddel zorgt ervoor dat het lichtgevoelige materiaal aan elkaar en aan de drager blijft zitten.

procédés
De emulsie is het meest kwetsbare deel van een fotografisch object. Wanneer een afdruk op papier wordt behandeld alsof hij uitsluitend uit papier bestaat, dan kan de emulsie permanente schade oplopen. Omdat de emulsielagen op verschillende manieren zijn samengesteld en ook de materialen voor de dragers divers zijn lopen de aanbevelingen voor conservering uiteen. De verschillende fotografische methoden van vervaardiging worden ‘procédés’ genoemd. Er bestaan cursussen waarin geleerd kan worden hoe deze verschillende procédés herkend kunnen worden.

Tabel 1: Meest voorkomende fotografische materialen

Hoofdgroep

Voorbeelden

Kenmerken
drager of emulsie

Monochroom – eenmalige procédés




  Daguerreotypieën
Verzilverde koperplaat
  Ambrotypieën
Nat collodium op glas


Ferrotypieën

Nat collodium op blik (ijzer)


Pannotypieën
Nat collodium op textiel of leder


Diapositieven

Zie: glas- en kunststofnegatieven


Instant procédés, bijvoorbeeld Polaroid


Monochroom – negatief procédés




  Papiernegatieven
Met of zonder was


Glasnegatieven
Emulsie: albumine, collodium of gelatine


Kunststofnegatieven

Gelatine emulsie op nitraat-, acetaat- of polyesterdrager
Monochroom – afdrukken op zilverbasis




  Photogenic drawing
 


Zout- , albumine-, daglicht collodium-, daglicht gelatine- en ontwikkel gelatinedrukken


Monochroom – afdrukken op andere metaal basis






Cyano-, platina- en kallitypieën


Monochroom – afdrukken op colloïde en pigment basis






Kool-, gom- en (broom)oliedrukken


Kleur – eenmalige procédés




  Kleurendiapositieven
Zie kunststofnegatieven


Autochroom en aanverwant
Drager: glas of kunststof



Instant procédés bijvoorbeeld Polaroid


Kleur – negatief procédés






Kunststofnegatieven

Gelatine emulsie op acetaat of polyester
Kleur – afdrukken op zilverbasis




  Chromogene drukken
 
Kleur – afdrukken op colloïde en pigment basis






Meerkleuren kool- en gomdrukken


Optische beelddragers
   
  Floppy disks
 
  Cd-roms, dvd’s
 
  Harde schijven
 


Geheugensticks en –kaarten


Afdrukken van een digitaal bestand, kleur of monochroom






Lambda, Laserchrome

Resultaat is een foto op zilverbasis


Ink Jet drukken

Inkt op kleurstof of pigmentbasis
  Elektrostatische drukken
Fotokopie of laserprinter
  Dye sublimation drukken
 


kenmerken van verval
Door oefening en ervaring kunnen talloze vormen van verval herkend worden. In dit dossier worden publicaties genoemd die veel voorkomende problemen verduidelijken in woord en beeld. Het is nuttig deze te bestuderen, verval te signaleren en te melden bij een deskundige op het gebied van het behoud van fotocollecties. Die deskundige kan dan beoordelen of de schade geregistreerd moet worden, een fotorestaurator moet worden ingeschakeld of dat het materiaal, bijvoorbeeld in geval van schimmel of verouderd nitraat, in quarantaine moet worden geplaatst.

Schimmel
Fotograaf onbekend | Foto aangetast door schimmel | Collectie Instituut voor Militaire Geschiedenis KL



drie stappen
In deze richtlijnen wil het Nederlands Fotomuseum antwoorden geven op de meest gestelde vragen over de omgang met en zorg voor fotografisch materiaal. De drie stappen ter verbetering van de zorg en omgang zijn:

Stap 1
Een goede bewaaromgeving met goede verpakkingen

Stap 2
De juiste omgevingsfactoren

Stap 3
Een goede werkomgeving

Stap 4
De juiste hantering

Terug naar dossier

 
Volgende >
Zie ook...