De historische foto in het digitale tijdperk
door Loes van Harrevelt
Digitale technieken liggen binnen ieders handbereik; van camera tot mobiele telefoon. De ontwikkeling van technologie heeft niet alleen invloed op de productie van nieuwe beelden. Ook de manier waarop musea en archieven historische fotografie verspreiden en presenteren verandert enorm. Het verleden wordt steeds vaker langs digitale weg ontsloten en beelden spelen daarbij een belangrijke rol. Vanuit de luie stoel openen zich miljarden gedigitaliseerde historische bronnen als prenten, ansichtkaarten, foto’s en films. De drempel is laag, vergelijken is steeds eenvoudiger en alternatieven voor de decennia lang gereproduceerde iconen liggen voor het oprapen. Maar wat betekent het historische beeld in een omgeving van louter pixels?
digitale fotocollectie Nederland
In de periode 2000-2004 startte het grootschalige landelijke digitaliseringsproject het Geheugen van Nederland. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap financierde het project en de Koninklijke Bibliotheek coördineerde de digitaliserings werkzaamheden. Onder de vijftig gedigitaliseerde collecties bevinden zich vele fotocollecties, zoals foto-opdrachten van de afdeling Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum en de bedrijfsfotocollectie van Stork. Naast dit nationale digitaliseringsproject zijn de gemeentearchieven belangrijke grossiers in digitaal beeldmateriaal. Een website als Beeldbankenstartpagina geeft een globaal inzicht in de hoeveelheid werk die inmiddels is verzet. Na de eerste grote ‘digitaliseringsgolf’ is nu ook de inhoudelijke discussie op gang gekomen.
selectie
Achter ieder digitaal beeld schuilt een lang verhaal; van productie en gebruik van het eigenlijke beeld tot acquisitie door een instelling en uiteindelijke selectie voor digitalisering en bewerking. Het voorbereiden, produceren en gedurende lange termijn bewaren van digitale bestanden vraagt grote investeringen. Selectie is om deze redenen een noodzakelijk onderdeel van de voorbereiding van digitaliseringsprojecten. Het publiek krijgt daardoor lang niet altijd complete archieven of collecties te zien.
schoenendoos
Selectiecriteria worden gekleurd door instellingsbeleid. Terwijl een fotomuseum de fotohistorische waarde zwaar zal laten wegen, kiest een gemeentearchief misschien juist voor documentaire beelden. Maar ook het conserveren van kwetsbare en moeilijk toegankelijke objecten als glasnegatieven vormt een criterium, of het centraal toegankelijk maken van objecten uit geografisch verspreide collecties. Tenslotte spelen ook commerciële en publicitaire motieven, de actualiteit en educatieve doelen een rol in het selectieproces. Een mengvorm van al deze argumenten bepaalt of een beeld de schoenendoos verlaat en een nieuw leven begint in een dynamische omgeving van nullen en enen.
telegram van een geliefde
In een digitale omgeving wordt helaas snel vergeten dat het beeld slechts een representatie vormt van een tastbaar object. Wie ooit historisch onderzoek heeft gedaan weet hoeveel plezier er beleefd wordt aan een goed gevulde archiefdoos. De meeste foto’s bevinden zich in een context, bijvoorbeeld een album, of een oude enveloppe met aantekeningen. De onderzoeker treft vaak meer historische informatie aan dan verwacht, zoals bonkaarten in een oorlogsalbum of een telegram van een geliefde. Dankzij de originele foto, gerelateerde historische bronnen en de authentieke presentatievorm, ervaart de beschouwer het beeld heel anders dan op een beeldscherm.
punaisegaatje
De materiële context geeft aanwijzingen voor de historische functie van het beeld. Vouwen, scheuren en vingerafdrukken zijn stille getuigen van frequent gebruik. Een lijst of punaisegaatje geeft aan dat de foto aan de muur hing, een stempel verwijst naar publicatie in een krant. Albums dicteren een verhaallijn en een specifieke manier van kijken, meestal binnen een sociale structuur van familie en vrienden.
van negatief tot publicatie
De collectie van het Nederlands fotomuseum is buitengewoon rijk aan inhoudelijke dwarsverbanden. Naast foto’s zijn er brieven, dagboeken, (contact)afdrukken of voorwerpen te vinden. Dankzij de aanwezigheid van vrijwel complete archieven is het mogelijk de ontstaansgeschiedenis van een beeld te reconstrueren. Voor het nationale digitaliseringsproject het Geheugen van Nederland digitaliseerde het museum bijvoorbeeld alle negatieven rond een specifiek historisch thema. Iconen van deze historische gebeurtenissen, zoals de Watersnoodramp en de Hongerwinter, zijn als complete reportage gedigitaliseerd. In deze series is onder meer zichtbaar hoe de fotograaf te werk ging. Het beeld wint daarmee aan betekenis en wordt meer dan een ‘plaatje’ in een beeldbank.
fotoboeken en -albums
Digitalisering vereist uiteindelijk meer dan een foto op een scanner leggen. Met de introductie van Fotoboeken en -albums op deze website is het mogelijk om negatieven, (contact)afdrukken, dummy’s en publicaties online te relateren. Hiermee wordt uiteindelijk recht gedaan aan complexe archiefstructuren en inhoudelijke relaties.
Mei 2006
Loes van Harrevelt (1970) is sinds november 2005 waarnemend hoofd
Collecties van het Nederlands Fotomuseum. Daarvoor was zij vanaf 2003
conservator bij het fotomuseum nadat zij er ruim drie jaar als
coördinator collectiebeheer werkzaam was. Sinds 2005 is ze bestuurslid
van het Nederlands Fotogenootschap. Vanaf 1999 is ze als redacteur
verbonden aan het tijdschrift van dit genootschap. In Papier of pixels? vraagt zij aandacht voor de informatie die verloren dreigt te gaan wanneer de inhoud van een archiefdoos wordt gedigitaliseerd.
|