Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

Conservering en ontsluiting van daguerreotypieën


       NEDERLANDS FOTOMUSEUM
       BEDANKT:
sponsorenfilmpje.gif

Terug naar dossier

Daguerreotypieën zijn gemiddeld 150 jaar oud. Exemplaren die door de tand des tijds zijn ontzien, komen niet of nauwelijks voor. Toch kan een daguerreotypie veel langer mee gaan dan de meeste hedendaagse foto’s. Tenminste, als zij tegen bepaalde invloeden beschermd wordt. Lucht en water, corrosie, schimmel, insecten en boven alles mensen kunnen een bedreiging vormen voor de daguerreotypie. Het restauratie-atelier van het Nederlands fotomuseum is bekend geraakt met allerlei vormen van aantasting en schade.

zwakke plekken
Foto’s, dus ook daguerreotypieën, zijn in eerste instantie gebruiksvoorwerpen. Voor daguerreotypisten en makers van de behuizing was het materiaal niet heilig. Niet iedereen ging met een daguerreotypie om alsof het een museumstuk was. Zelfs verzamelaars, museummedewerkers en restauratoren hanteerden niet altijd een ethiek van terughoudendheid. Hoe voorzichtig je ook bent, het is van groot belang om te weten hoe kwetsbaar een daguerreotypie is of kan zijn en waar de zwakke plekken zitten. Schade kan ontstaan op drie manieren: mechanisch, biologisch of chemisch.

kerven in zilver
Mechanische schade ontstaat door fysieke kracht. Een daguerreotypie kan natuurlijk vallen, waardoor glazen en houten delen breken en de plaat vervormt, maar zij kan ook actief worden beschadigd. Slijtage, ten eerste, is onvermijdelijk. Daarnaast zijn veel platen gekrast, waarschijnlijk doordat eigenaars ze wilden schoonwrijven. Vingerafdrukken op de plaat komen regelmatig voor. Toch hoeft mechanische schade niet altijd direct door een mens veroorzaakt te zijn. Door de aftakeling van papier en glas kunnen kleine deeltjes op de plaat neerslaan en het oppervlak doorboren. Of scherpe randen van een passe-partout kerven ongemerkt in het zilver.

Reproductiefoto Nederlands fotomuseum, 2005
Mechanische schade bij een portret van een onbekende | Fotograaf onbekend | Museum Joh. Enschedé, Haarlem

de cassette aanvreten
Biologische schade heeft betrekking op organismen. Insecten en schimmels kunnen een daguerreotypie aantasten, bijvoorbeeld door de cassette aan te vreten of voor vlekken te zorgen. Sommige organismen nestelen zich zelfs op de plaat. (Vreemd genoeg wordt de mens niet tot biologische schade gerekend.)

stoffen en gassen
Chemische invloeden, ten slotte, vormen een grote bedreiging. Ze zijn moeilijk waarneembaar, bijna overal werkzaam en lastig te beïnvloeden. ‘Gewone’ lucht bevat stoffen en gassen die reageren met allerlei materialen, zeker met papier, hout en metaal. Oxidatie, verkleuring, verdroging en ontbinding zijn het gevolg. Ook de materialen die gebruikt zijn voor de behuizing kunnen schadelijke bestanddelen bevatten, zoals zuren of lijm. Ten slotte kan behandeling met verkeerde stoffen een daguerreotypie ernstig beschadigen. Het is relatief kort geleden dat daguerreotypieën werden gerestaureerd met ‘zilverdip’ (thio-ureum), dat op de lange termijn een melkachtige waas kon vormen op het beeld.
Reproductiefoto Nederlands fotomuseum, 2004
Gevolgen van een thio-ureumbehandeling bij portret van onbekende vrouw | Fotograaf onbekend | Privécollectie



de originele vorm
Het Nederlands fotomuseum probeert gehavende en veranderde daguerreotypieën zoveel mogelijk tot de originele vorm terug te brengen. Helaas is dit niet altijd mogelijk, doordat de oorspronkelijke staat moeilijk te achterhalen is. Daarnaast bevatten orginele cassettes dikwijls schadelijke en afgetakelde onderdelen, die dus vervangen moeten worden. De restaurator probeert het uiterlijk van de daguerreotypie dan zo min mogelijk te veranderen. Als het echt niet anders kan, worden moderne materialen gebruikt die de ingreep duidelijk zichtbaar maken. Zo voorkomt de restaurator dat het object ten onrechte voor origineel wordt aangezien.

elektrische stroom
Als het noodzakelijk is een plaat te reinigen, gebeurt dat op het Nederlands fotomuseum elektrolytisch. Dat houdt in dat de plaat in een oplossing met ammonium wordt gelegd, waardoor vervolgens een gereguleerde elektrische stroom wordt gestuurd. Elektrolytisch reinigen scheidt aantastingen van het zilver. Vlekken van oxydatie en eerdere ingrepen met ‘zilverdip’ kunnen zo bijna geheel worden verwijderd. Als de plaat beschilderd is of niet goudgetoond (Zie het webartikel in dit dossier met de titel Over het procédé), kan hij alleen op een andere manier gereinigd worden.

Conserveringscassette
Opbouw van een conserveringscassette | Nederlands fotomuseum, Rotterdam



op maat gemaakt

Om het object daarna zo goed mogelijk te conserveren, wordt een zogenaamde conserveringscassette op maat gemaakt. Deze bestaat uit zuurvrije materialen en UV-werend glas. Dikwijls worden de delen van de oorspronkelijke cassette gecombineerd met nieuwe onderdelen, die nauwelijks zichtbaar zijn maar een veel grotere stabiliteit opleveren. De behuizing wordt ten slotte verzegeld om schadelijke gassen buiten te houden.

compromis
Doordat daguerreotypieën doorgaans uit veel verschillende materialen bestaan, moet bij het bewaren ervan een compromis worden gesloten. Wat optimaal is voor de plaat, is minder wenselijk voor houten of papieren onderdelen van de behuizing. Een van de minst schadelijke oplossingen is ze te bewaren bij een constante temperatuur van 18 ºC en een relatieve luchtvochtigheid (RH) tussen de 45 en 50 procent. Dit zijn de ideale conserveringsomstandigheden voor papier en karton. Wat daarnaast belangrijk is, is dat een daguerreotypie altijd plat en met de beeldzijde naar beneden dient te worden opgeslagen. Dat moet voorkomen dat eventuele producten van glasafbraak onherstelbare chemische schade veroorzaken op het beeld.

verzamelplaats
Het restauratieatelier is een verzamelplaats voor fotografische verschijnselen. Zo ook voor daguerreotypieën. Eigenaars van daguerreotypieën, publiek en privaat, wenden zich tot de afdeling Conservering & Restauratie van het Nederlands fotomuseum om hun collectie daguerreotypieën te laten conserveren. De platen en hun behuizing kunnen sterk van elkaar verschillen in uiterlijk en kwaliteit. Door deze uiteenlopende kenmerken jarenlang te verzamelen heeft de afdeling een kennisbron opgezet die internationaal van belang is voor het onderzoek naar daguerreotypieën.

Interface Daguerreobase
Een voorbeeld van de interface van Daguerreobase | Nederlands fotomuseum, Rotterdam



ieder detail
In 2004 is het Nederlands fotomuseum begonnen met het ontwikkelen van de Daguerreobase. Dat is een digitaal registratiesysteem speciaal voor daguerreotypieën, waarmee uiterlijke en historische kenmerken per object nauwkeurig kunnen worden beschreven. Tijdens het restaureren worden daguerreotypieën doorgaans uit elkaar gehaald en zorgvuldig gedocumenteerd. Dit laatste gebeurt in het museum zowel fotografisch als schriftelijk. Alle gegevens die daarbij aan het licht komen, kan een restaurator of registrator nu rechtstreeks invoeren in de Daguerreobase, waar zij centraal worden opgeslagen.

met onbekende herkomst
Voor elk onderdeel, hoe klein ook, kan een aparte beschrijving worden gegeven. Ieder detail zou namelijk belangrijke informatie kunnen bevatten over de ontstaansgeschiedenis van het object. Overeenkomsten tussen daguerreotypieën uit andere collecties, misschien zelfs wel afkomstig uit andere werelddelen, kunnen vervolgens met een simpele zoekactie worden opgevraagd.

toeschrijving
Een voorbeeld: een restauratieatelier in Nederland behandelt een daguerreotypie met onbekende herkomst. Ze heeft een opvallend passe-partout en een zilvermerk waar weinig over bekend is. De beschrijving van het passe-partout levert in de Daguerreobase overeenkomsten op met een serie objecten uit Hongarije, die ook nog alle hetzelfde zilvermerk dragen. Mogelijk beschikt de registrator daar over veel meer gegevens met betrekking tot de herkomst van die objecten. Dat zou zelfs de maker, de geportretteerde, een datering of plaatsaanduiding kunnen zijn. Aan de hand van verzamelde gegevens kunnen nu al conclusies getrokken worden, zoals eerder gebeurde bij een reeks daguerreotypieën die kon worden toegeschreven aan Carl Rensing, een van de eerste in Nederland gevestigde fotografen.
Rensing
Groepsportret, ca. 1843 - 1855 | Foto Carl Rensing | Prentenkabinet Leiden



winst
Het doel van de Daguerreobase is het ontsluiten van de gegevens van zoveel mogelijk daguerreotypieën op mondiaal niveau. Het Nederlands fotomuseum beschouwt iedere toevoeging op de bestaande informatie als winst. Normaal gesproken worden daguerreotypieën uit museale collecties veilig opgeborgen. Dwarsverbanden tussen die collecties komen zo zelden aan het licht, terwijl die juist een missend puzzelstukje voor onderzoekers zouden kunnen zijn. De Daguerreobase wil het onderzoek op het gebied van de daguerreotypie vergemakkelijken en overzicht bieden op dit deel van het mondiaal cultureel erfgoed.

nieuwe feiten
De Daguerreobase is dan ook bedoeld voor zowel geïnteresseerde leken als voor gespecialiseerde onderzoekers. Voor de laatsten zal een onafhankelijke website worden opgezet die het online invoeren van gegevens mogelijk maakt. De website van het Nederlands fotomuseum zal van de meeste objecten in de databank een uittreksel bevatten van de belangrijkste gegevens. Uiteraard zullen de conclusies die uit het onderzoek volgen, niet ontbreken.

Terug naar dossier

 
< Vorige   Volgende >
Zie ook...
Webpagina