Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

Over het procédé


       NEDERLANDS FOTOMUSEUM
       BEDANKT:
sponsorenfilmpje.gif

Terug naar dossier

In het webartikel Daguerres handleiding  leest u een samenvatting van de originele instructies voor het maken van de vroegste variant van het procédé.

over Daguerres handleiding
De publicatie van Daguerres Description pratique du procédé nommé le Daguerréotype was groot nieuws. De belangstelling voor de verhandeling was zo overweldigend dat er verschillende drukken verschenen, niet altijd met toestemming van Daguerre. In combinatie met de benodigde apparatuur, gecertificeerd door Daguerre zelf, gingen ze als warme broodjes over de toonbank.

groot succes
De verspreiding van het revolutionaire medium verliep voor die tijd relatief snel: in onder meer het Verenigd Koninkrijk, België, Nederland en het huidige Duitsland en Hongarije werd het proces al in 1839 of het begin van 1840 geïntroduceerd. Samuel Morse, de uitvinder van het morsealfabet, introduceerde het medium in 1839 in de Verenigde Staten. Vooral daar kende de daguerreotypie binnen korte tijd een groot aantal fanatieke beoefenaars. In diverse steden ontstonden professionele studio’s, ook in Nederland.

Etiket
Etiket van Daguerreotijpe établissement, ca. 1845 | Collectie Prentenkabinet Universiteit Leiden



voor verbetering vatbaar
Als een gevolg van deze snelle verspreiding werd er druk geëxperimenteerd om het proces verder te perfectioneren. Sommige aspecten waren immers voor verbetering vatbaar. Zo was het medium ongeschikt voor het maken van portretten. De gemiddelde duur van een opname was tien minuten; langer was geen uitzondering. Velen waren teleurgesteld in de afwezigheid van kleur. Ook de kwetsbaarheid van het beeld was een probleem.
Alle ogen waren gericht op Daguerre, die had aangekondigd na onderzoek een aantal verbeteringen openbaar te maken. Tot woede van het grote aantal belangstellenden, kwam hij zijn belofte echter niet na.

lichtsterk en lichtgevoelig

Al in 1840 en 1841 werden door anderen manieren uitgevonden om de duur van een opname drastisch te verlagen. Zoals:
- het gebruik van een lichtsterke lens, met name de Hongaarse Petzvallens van Voigtländer
- het aanbrengen van meerdere lichtgevoelige lagen, naast jodium ook bromide of chloride
- een aangepaste inrichting van de studio, zoals spiegels om het licht te richten en blauwe ramen (De lichtgevoelige laag was gevoeliger voor blauw licht.) Door dergelijke ontwikkelingen kon de opnametijd worden verlaagd tot minder dan een halve minuut.
Voigtländer
Voigtländer camera met Petzvalportretlens, 1841 | George Eastman House, Rochester

goudtoning
De meest radicale verbetering van het procédé was het ‘tonen’ van de plaat met een goudoplossing. Hiervoor werd de plaat na fixeren in een verwarmd bad gedompeld van water met goudchloride. Deze methode maakte vanaf haar uitvinding in 1840 standaard deel uit van het procédé. Niet alleen leidde goudtoning tot veel grotere stabiliteit van het beeld, maar ook tot meer helderheid, waardoor het beeld krachtiger overkwam. Anders dan het woord ‘goudtonen’ doet vermoeden, is overigens geen sprake van een gouden kleur.

volmaakte hoogglans

Diverse andere verbeteringen volgden. Deze betroffen onder meer de voorbewerking van de plaat. Aanvankelijk werden platen gefabriceerd door ze te walsen. Vanaf 1850 konden ze worden gegalvaniseerd, waarbij een puurdere zilverlaag door middel van een elektrische stroom werd aangebracht. Speciale polijstapparatuur deed zijn intrede, die de plaat een volmaakte hoogglans kon geven. Daguerres manier van polijsten gaf een dof effect, doordat de polijstlijnen duidelijk zichtbaar waren en in kringen liepen. Met de nieuwe apparatuur werd alleen in horizontale of verticale richting gepolijst. Soms zijn de lijntjes met het blote oog niet te zien.

Terug naar dossier

 
< Vorige   Volgende >
Zie ook...