Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

Hollandse renaissance

70s
door Frits Gierstberg

De fotografie in Nederland maakt een periode door van ongekend grote internationale belangstelling. Die alsmaar groeiende aandacht wordt voor een groot deel veroorzaakt door de internationale successen van fotografen als Anton Corbijn, Rineke Dijkstra en Inez van Lamsweerde: het buitenland wordt nieuwsgierig naar wat er nog meer in dat kleine landje aan de hand is. Ook Hellen van Meene, Céline van Balen en Bertien van Manen exposeren met grote regelmaat over de grenzen en hun werk belandt in belangrijke buitenlandse collecties. De Nederlandse fotografie staat sinds einde jaren '90 ieder jaar weer sterk in de belangstelling op de prestigieuze fotobeurs Paris Photo.

Inderdaad heeft de fotografie in Nederland zich in de laatste vijftien jaar sterk ontwikkeld, zij het in verschillende richtingen zodat zij niet onder één noemer valt te vangen. Je zou, al terugblikkend, kunnen stellen dat met de Hollandse taferelen van Hans Aarsman uit 1989, de strandportretten van Rineke Dijkstra uit 1992 en de series Final Fantasies respectievelijk Thank You Thighmaster uit 1993 van Inez van Lamsweerde, die tesamen als drie 'mijlpalen' in de ontwikkeling van de Nederlandse fotografie van het begin van de jaren negentig moeten worden beschouwd, de weg was vrijgemaakt voor wat nu de 'Hollandse renaissance' in de fotografie wordt genoemd.

jonge generatie
Het internationale succes van de Nederlandse fotografie stimuleert de zogenaamde autonome (ook wel artistieke) fotografie onder jonge fotografen. Wat daarbij opvalt is dat er bij de jonge generatie geen sprake is van een specifieke school of stroming. Opmerkelijk is ook het vrijwel ontbreken van enig klassiek fotografisch specialisme: veel jonge fotografen maken voor hun uiteenlopende opdrachtgevers portretten, modefoto's, landschapsopnamen, architectuurfoto’s of een enkele reportage en mengen dat zonder enig probleem in tentoonstellingen en publicaties met zowel hun 'autonome' of 'vrije' artistieke werk en zelfs met hun privéfoto’s. In vergelijking met het buitenland lijkt dit fenomeen in Nederland sterk ontwikkeld. Het feit dat de jonge generatie veel fraaie boeken en boekwerkjes uitgeven, al dan niet in eigen beheer, sluit aan bij de lange en befaamde Nederlandse traditie van het maken van fotoboeken.

klassieke genres
Vanzelfsprekend zijn er ook nog steeds fotografen in Nederland die zich specialiseren. Zo zijn het landschap en het portret in de Nederlandse fotografie van vandaag nog steeds belangrijke ‘specialistische’ genres. De interesse in het landschap komt onder meer voort uit een groeiende bewustwording van de discrepantie tussen het traditionele, collectief gekoesterde beeld van het Nederlandse landschap en de realiteit van het zich snel veranderende land. (Kritische) documentaire tradities worden daarbij voorgezet, maar er worden ook nieuwe, eigenzinnige visies ontwikkeld. Andere Nederlandse fotografen benaderen het landschap vanuit de stevigheid waarmee het genre zich inmiddels in de kunstzinnige fotografie heeft verankerd. Ook worden er nieuwe manieren ontwikkeld om het landschap in beeld te brengen, zoals met stereofoto’s of door camera’s aan vliegers te hangen. Weer anderen spelen een spel met de clichés en tradities van het genre.

engagement
De directe betrokkenheid bij actuele sociale en/of politieke vraagstukken binnen de Nederlandse fotografie – het engagement - lijkt naar de achtergrond verdwenen. Toch bestaat er nog steeds een grote aandacht voor het lot van de individuele medemens. Veel hedendaagse fotografen in Nederland die zich bezighouden met het portret zijn dan ook geïnteresseerd in de condition humaine en minder in de meer traditionele benadering van het fotoportret, die is gericht op het weergeven van iemands karakter.

fotografie, nieuwe media en beeldcultuur

Steeds meer Nederlandse fotografen experimenteren met andere of ‘nieuwe media’. Deze, de grenzen van de traditionele genres overschrijdende interesse strekt zich sinds enkele jaren uit tot het medium van de (digitale) video, die al dan niet in museale 'installaties' wordt gepresenteerd. Nederlandse beeldmakers hebben een goede naam op het experimentele gebied van de ‘nieuwe media’ waarin bijvoorbeeld interactiviteit een grote rol speelt. Ook is er een groeiende groep die zich intensief bezighouden met wat we beeldcultuur zijn gaan noemen: de alomtegenwoordige, steeds groter wordende stroom van beelden die ons dagelijks omgeeft en overspoelt via de visuele media. Een aantal fotografen rond het tijdschrift Useful Photography richt zich op de huis-tuin-en-keukenfotografie van amateurs en op de zogenaamde ‘gebruiksfotografie’ uit catalogi, kookboeken, handleidingen en reclamefolders. Dit initiatief is typerend voor de brede, bijna allesomvattende belangstelling voor het domein van het visuele die Nederlandse beeldmakers op dit moment aan de dag leggen.


Januari 2006

Frits Gierstberg (1959) werkte sinds 1993 als hoofd tentoonstellingen bij het Nederlands Foto Instituut. Daarna, sinds 2003, werkt hij in diezelfde functie bij het Nederlands Fotomuseum. Hij organiseerde de afgelopen jaren een groot aantal internationale tentoonstellingen, symposia, lezingen en debatten over fotografie. Op 1 januari 2006 zal hij daarnaast werkzaam zijn als bijzonder hoogleraar Fotografie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In ‘Hollandse renaissance’ signaleert hij een aantal kenmerkende ontwikkelingen in de fotografie in Nederland.
 
Zie ook...