Gebruikersnaam
Wachtwoord
Registreer | Wachtwoord vergeten? | Meer info | Sluiten
English

TENTOONSTELLING 70s Photography and everyday life


       NEDERLANDS FOTOMUSEUM
       BEDANKT:
sponsorenfilmpje.gif
TENTOONSTELLING 70s Photography and everyday life Fotografie geaccepteerd als kunst

17-05-2010

PERSBERICHT april 2010
70s Photography and everyday life
5 juni t/m 19 september 2010 in het Nederlands Fotomuseum 

Deze internationale tentoonstelling geeft een uniek beeld van een van de meest vruchtbare en belangrijkste periodes uit de geschiedenis van de fotografie: de jaren ’70. Eindelijk werd fotografie geaccepteerd als kunstdiscipline, werd kleur toegelaten en verwerd het ongepolijste alledaagse tot volwaardig thema. De camera is geen onschuldig instrument meer, maar een sociaal en politiek middel. 70s brengt voor eerst iconen als Cindy Sherman en Christian Boltanski bij elkaar. Maar ook het werk van David Goldblatt, William Eggleston en Eugene Richards zijn hoogtepunten die nooit in een dergelijke samenstelling zijn getoond.   

Opening
zaterdag 5 juni 2010, 17 uur 
Boek 70s Photography and Everyday Life € 48Te koop in de museumwinkel en online shop. (jaarkaarthouder Fotomuseum 10% korting) 
Met foto’s van
Alberto García-Alix, Allan Sekula, Ana Mendieta, Anders Petersen, Carlos Pazos, Christian Boltanski, Cindy Sherman, Claudia Andújar, David Goldblatt, Douglas Huebler, Ed van der Elsken, Eugene Richards, Fina Miralles, Gabriele and Helmut Nothhelfer, Hans Peter Feldmann, J.D. Okhai Ojeikere, Karen Knorr, Kohei Yoshiyuki, Malick Sidibé, Victor Burgin, Viktor Kolář en William Eggleston.   


Fotografie als kunst
De jaren zeventig van de vorige eeuw (1970-1980) zijn op een bijzondere manier belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de fotografie. De erkenning van de artistieke mogelijkheden van de fotografie en de status als autonoom medium zoals we die vandaag kennen, zouden zonder de ontwikkelingen in de jaren zeventig niet denkbaar zijn geweest. In de bewuste periode begonnen conceptueel werkende kunstenaars fotografie in hun werk te gebruiken. Tegelijkertijd waren er de fotografen die de mogelijkheden van de fotografie als middel voor zelfexpressie gingen verkennen. Zij streefden naar artistieke erkenning als fotograaf. Zij kozen ervoor om hun eigen documentaire projecten te gaan doen: langere thematische fotoseries over onderwerpen die hen bezighielden. Het dagelijks leven stond daarbij centraal. Deze ‘subjectivering van de fotoreportage’ was in de jaren vijftig en zestig reeds in gang gezet door pioniers als Robert Frank, William Klein en Lee Friedlander. Uit veel van fotoprojecten die jaren zeventig tot stand kwamen ontstonden bijzondere fotoboeken, die tot op vandaag als ijkpunten worden beschouwd in de ontwikkeling van de internationale fotografie. 

Time to change
De jaren zeventig worden gekenmerkt door onder andere het democratiseringsproces dat sinds ‘mei ‘68’ in gang was gezet en oude maatschappelijke structuren deed verdwijnen. Tegelijkertijd kwam het consumentisme sterk op en werd de televisie het dominante massamedium (het weekblad Life stopte bijvoorbeeld in 1972). De opkomst van internationaal terrorisme veroorzaakte een algemeen gevoel van crisis. Deze en andere ontwikkelingen hadden een cruciale invloed op persoonlijke en collectieve beleving van het alledaagse leven, aldus de samenstellers van de tentoonstelling. Niet voor niets gingen kunstenaars en fotografen zich in de jaren zeventig met dat alledaagse leven bezig houden. Zij waren geïnteresseerd in hoe de grote maatschappelijke veranderingen van invloed waren op het individu en de massa, en hoe zich dat vertaalde in het openbare leven. Deze belangstelling sloot aan bij de opkomst van de performance in de beeldende kunst, waarin het openbare leven en het gedrag en optreden van het individu ook een grote rol speelde. In de exploratie van het alledaagse (openbare) leven door fotografen is de performance als concept dan ook regelmatig terug te vinden (ensceneren van ontmoetingen, zelfrepresentatie). Maar ook de antropologische blik van sommige fotografen valt hieruit te begrijpen. Doordat fotografie niet langer het voornaamste informatieve medium was, ontstond er ruimte voor reflectie op het medium zelf en op de invloed van de fotografie op de samenleving. In dat licht is het ook niet toevallig dat de theorie van de fotografie in die tijd opkwam en de geschiedenis van het medium werd herschreven. De semiotische teksten van Roland Barthes over fotografie werden internationaal vertaald; Walter Benjamin raakte in de belangstelling (met name het Kunstwerk-essay); Pierre Bourdieu, Susan Sontag, John Berger, Victor Burgin en Allan Sekula publiceerde hun eerste teksten (enkele vroege teksten zijn in de catalogus opgenomen).  

Autonoom medium
De belangstelling voor de maatschappelijk werking van het medium groeide behalve onder theoretici ook onder fotografen en kunstenaars: zij begonnen in hun werk zaken te onderzoeken als voyeurisme, de grens tussen privé en publiek, zelfrepresentatie, de familiefoto, politiefotografie etc. maar ook fotografie  te gebruiken als ‘subversief’ medium te midden van de massamedia – al dan niet vanuit een expliciete politieke stellingname. Veel fotografen en beeldend kunstenaars werkten met foto’s én tekst en onderzochten in hun werk de relaties tussen de twee. Ook werd de presentatie in tentoonstellingen steeds belangrijker, en zij ontwikkelden daar uiteenlopende vormen voor, van seriële presentaties tot ruimtelijke installaties.Er werd dus flink aan de stoelpoten van het modernisme en de moderniteit gezaagd en in dat licht kunnen de jaren zeventig ook gezien worden als de periode waarin binnen de fotografie de belangrijkste aanzetten tot het (fotografisch) postmodernisme werden gemaakt. Minstens zo belangrijk is dat in dit decennium zich een cruciale ontwikkeling heeft voltrokken die heeft geleid tot de status die de fotografie vandaag de dag nog steeds heeft als ‘autonoom medium’. 

Waarom in het Nederlands Fotomuseum?
Deze tentoonstelling brengt voor het eerst de hierboven geschetste ontwikkeling in de internationale fotografie in kaart, aan de hand van belangrijke fotografen. Je zou kunnen stellen dat we nu pas voldoende afstand hebben tot het genoemde decennium om er met een analytische blik op terug te kijken. Het is de verdienste van de twee samenstellers dat ze dit hebben aangedurfd (m.a.w. het is een unieke onderneming, pionierswerk). Zij hebben daarbij niet zomaar een aantal grote namen en mooie projecten uitgekozen, maar getracht verbanden te leggen en context te geven. 

Trefwoorden
jaren zeventig, autonome fotografie, erkenning fotografie als kunst, dagelijks leven als thema, fotoboeken, performance, fotogeschiedenis, theorie en kritiek.
 70s is tot stand gekomen door van La Fabrica en samengesteld door Paul Wombell en Sergio Mah, ter gelegenheid van PHotoEspaña 2009.

Ook te zien in het museum
De Cornelia Maersk. Marcel van Eeden . 22 mei t/m 4 juli 2010
Wall Street Stop . Reinier Gerritsen . 26 juni t/m 12 september 2010
Fringe Phenomena . André Thijssen . 10 juli t/m  12 september 2010 

Te doen
Gratis rondleiding iedere zondag om 14 uur.
Fotografieweekend 29 & 30 mei .
Opening 70s. 5 juni .  
Opening Wall Street Stop & Fringe Phenomena 10 juli .
Voor actuele informatie www.nederlandsfotomuseum.nl 

Noot voor de redactie  
Voor meer informatie, digitaal beeldmateriaal en interviews Nederlands Fotomuseum . Femke IJsinga-van Boxsel    Telefoon +31 (0)10 203 04 03 E press@nederlandsfotomuseum.nl  

[ terug ]

Zie ook...